Educatieve projectopdrachten KTC De Marke

De Nederlandse Agrarische Hogescholen, CAH Dronten, Van Hall Leeuwarden, Van Hall Wageningen en Has Den Bosch werken samen met De Marke, Koeien & Kansen (K&K) en DAIRYMAN aan een duurzame melkveehouderij.

De samenwerking moet ertoe leiden dat studenten beter geïnformeerd zijn over de nieuwste ontwikkelingen in het onderzoek naar duurzame melkveehouderij en dat ze beter uit de voeten kunnen met nieuwe onderzoeksresultaten.

Om dit te versterken doet KTC De Marke suggesties voor opdrachten waar studenten aan kunnen werken in stage-opdrachten of afstudeervakken. De opdrachten verschillen van niveau. De ene opdracht leent zich voor een studieopdracht, het andere voor een afstudeeropdracht. Ook kan er individueel aan gewerkt worden of met een groep.

Werkwijze: spreekt een opdracht uit de lijst je of jullie aan, neem dan contact op met de begeleidende docent en overleg of het opdracht past bij de uit te voeren leeropdracht.

Wanneer dit het geval is neem dan contact op met KTC De Marke, Zwier van der Vegte, bedrijfsleider. Tel: 0320-293 367 zwier.vandervegte@wur.nl. Hij kan de opdracht nader toelichten.

Begeleiding van de uitvoering ligt primair bij het onderwijs, in de meeste gevallen de begeleidende docent. De rol van KTC De Marke wordt in overleg bepaald. Meestal zal De Marke optreden als informant en dus aangeven waar informatie te vinden is en met welke partijen samengewerkt kan worden. Afhankelijk van de afspraken en de opdracht kan KTC De Marke ook intensiever begeleiden, aanvullend op de begeleiding door de docent. Ook kan KTC De Marke een stageplek aanbieden. Eventuele materiële kosten worden per geval en in overleg bepaald en gefinancierd. Onderzoekers kunnen resultaten reviewen en het eindresultaat (mede) beoordelen.
Afgeronde projecten krijgen binnen het educatieonderdeel een plek op onze website. Daarvoor moet ieder verslag/rapport zijn voorzien van een Engelstalige samenvatting.
Doel is dat er een win-winsituatie ontstaat waarbij studenten leren en KTC De Marke een antwoord krijgt op relevante vragen.

Projectopdrachten

Tussen haakjes de inhoudelijk informant van KTC De Marke

1.  ‘Brede perspectief van mestscheiden’
(Michel de Haan en Aart Evers)
Wat is het perspectief van mestscheiden wanneer deze op meerdere fronten ingezet kan worden. Verlagen mestafzetkosten, verbeteren bemesting/mestbenutting en gebruik van dikke fractie als boxvulling/strooisel.
Wat zijn de technische mogelijkheden, wat levert het op en wat is het economische rendement.

2.  Wat is het milieueffect van mestscheiding op het melkveebedrijf?
(Koos Verloop)
Naast verlies van mineralen gaat het hierbij ook om broeikasgassen.
Door mest te scheiden vermindert de hoeveelheid af te voeren mest. Hierdoor vermindert het transport. Als bijkomend voordeel wordt genoemd dat er geen dierlijk N hoeft te worden afgevoerd en vervolgens te worden vervangen door kunstmest N. In het grote plaatje gaat het er om of de aanvoer van kunstmest N daardoor lager wordt. Uiteindelijk is de interessante vraag wat mestscheiding betekent voor de mineralenkringlopen op het melkveebedrijf. Wordt de P-kringloop schraler of gaat het alleen om vermindering van P-aankoop? Idem voor de N-kringloop en wat is dan het effect op N-verliezen (nitraat, ammoniak en lachgas). Is er ook een relatie met de C-kringloop (methaan)?

3.  Wat is het rendement van mestscheiding met verschillende machines op verschillende melkveebedrijven?
(Gerjan Hilhorst)
Welk type mestscheider past in welke situatie?
Belangrijke vraag is: hoe wordt het rendement gerealiseerd en is hiervoor voldoende informatie beschikbaar, zodat een goede keuze gemaakt kan worden. Zo ja welke en wat is dan de relatie met het rendement? Kun je hier een beslisboom van/mee maken?.
Zoek hiervoor specifieke en uiteenlopende bedrijven en reken diverse scenario’s door. (Intensiteit, mestsoort, grondsoort en gewassen).
Informatie van de mestscheidingswijzer (K&K) is hierbij zeer nuttig. Uitvoeren van één of meerdere testjes met een mestscheider werkt stimulerend en maakt het levendig.

5. Adviseer over het teeltplan en de bemesting op een K&K-bedrijf
(Koos Verloop)
B.v. een bedrijf die samenwerkt met een akkerbouwer. 
Breng in beeld welke mogelijkheden er ten aanzien van de teeltopeenvolging zijn en welke argumenten voor of tegen die opties kunnen gelden. Ga na of betreffende veehouder er ook zo tegenaan kijkt en welke argumenten hij belangrijk vindt en waarom.

6.  Veilig groeien
(Michel de Haan en Aart Evers)
Is groei nodig voor het melkveebedrijf van de toekomst? Zo ja, hoe doe je dat verantwoord vanuit omgeving, maar vooral vanuit de ondernemer.
Wat is voor een specifiek (K&K-)bedrijf het rendement van groei. Vanuit het project Melken in de nieuwe realiteit zijn er hulpmiddelen.

7.  Rendement van bedrijfsspecifieke tools
(Michel de Haan en Aart Evers)
Doorrekenen van de economische effecten van BEX, BEA, BEP en BEN. Daarnaast ook minder fosfor in krachtvoer doorrekenen (of maatregelen om met huidige mestbeleid naar 2015 minder kosten te hebben). Daar hebben we als K&K ook best wat tools voor (fosforwijzer, mestscheidingswijzer enz.).

9.  Hoe welkom is de dikke fractie van rundveemest in de akkerbouw?
(Koos Verloop)
Wat is de potentiele afzet, wat zijn de voor- en nadelen tov andere mestproducten.
Wat betekent dat voor de prijs en acceptatie. Wat is de maximale transportafstand en liggen daarbinnen voldoende akkerbouwgronden? Is het in dit verband zinvol de dikke fractie een bewerking te laten ondergaan (Drogen? Strippen? Raffineren?)

10. Is er een relatie tussen voeding, melkproductie en mineralen efficiëntie?
(Zwier van der Vegte)
Wat is het effect van een hogere of lagere productie?
Is een hoge productie, zoals binnen de forfaitaire tabel wordt gesuggereerd, ook werkelijk beter of bestaat er een optimale productie. En wat betekent dit met betrekking tot bedrijfskenmerken zoals intensiviteit, grondsoort enz.

11. Zijn er verschillen tussen rassen in voerefficiëntie en mineralen benutting?
(Zwier van der Vegte)
Vroegrijpe Holsteins versus laatrijpe Fleckvieh of Montbeliarde.
Veel melk in weinig lactaties of minder melk met meer lactaties?
Holsteins zijn vaak eerder ‘opgebrand’, hebben hoge gezondheidskosten en een verminderde vruchtbaarheid. Hoe zit het met het rendement van de opfokkosten? En de efficiëntie van voer en mineralen.

12. Heeft eigen krachtvoerteelt toekomst?
(Zwier van der Vegte)
Intensief met veel voeraankoop versus extensief met eigen krachtvoerteelt.
Studie kan inzicht verschaffen in verschillen mbt:
• Economie
• Mineralenstromen: bedrijf, nationaal en mondiaal
• Broeikasgasemissies, direct versus indirect. Wellicht lagere productie maar minder GHG door meer regionale productie.

13. Kunstmestloos boeren of toch de eerste snede bijbemesten?
(Gerjan Hilhorst)
Op De Marke wordt weinig kunstmest gebruikt. Dit heeft een positief effect op de N- en P-benutting door de gewassen. Gevolg is wel dat met name de grasopbrengsten en het RE-gehalte van het gras onder druk staan. De vraag is vervolgens wat is het effect van bijbemesting met stikstof voor de eerste snede. Het gras heeft dan een enorme groeipotentie die nu onderbenut wordt en met een extra gift kan meer eiwit geproduceerd worden. Hoeveel eiwit kan er extra geproduceerd worden en op welke wijze (gehalte of massa) en wat zijn de effecten voor N-benutting en verliezen?

14. 100% maïs op zandgrond
(Zwier van der Vegte)
Biedt 100% maïs op zandgrond in teelt en voeding extra mogelijkheden?
Wat zijn de gevolgen voor voeding, bemesting, bodemvruchtbaarheid, mineralenbenutting, milieu, economie.
Aanleiding: de KVEM-productie van maïs is op De Marke meer dan 25% hoger dan uit gras. Terwijl met het juiste pakket aan maatregelen maïs milieuvriendelijk geteeld kan worden.

15. Verkenning van de bedrijfs- en milieutechnische gevolgen van meststrippen of raffineren
(Zwier van der Vegte)
Er zijn momenteel veel ontwikkelingen op gebied van mestbewerking, gericht op het beter benutten van N en P.
Inventarisatie huidige ‘State of the arte’ en de mogelijkheden die dit de melkveehouderij kan bieden in haar ontwikkeling kunstmest N te vervangen door N van dierlijke oorsprong.

16. Optimalisatie maïsteelt
(Gerjan Hilhorst)
Wat gaat goed, wat niet, wat kun je anders doen, vervolgens op een paar bedrijven het anders gaan doen, dat monitoren en evalueren. K&K is hiermee aan de slag.

17. Breng de broeikasgasemissie voor een melkveebedrijf in kaart
(Léon Šebek)
Beperken van de broeikasgasuitstoot wordt erg belangrijk voor de melkveehouderij. De uitstoot kan worden bepaald volgens IPCC-rekenregels. Hierbij wordt uitstoot van methaan, lachgas en kooldioxide omgerekend in kooldioxide-equivalenten. Echter, indirecte uitstoot door gebruik van fossiele energie, kunstmest en andere productiemiddelen zit niet in deze berekening. Dit wordt vaak off farm-emissie genoemd. Breng de uitstoot inclusief en exclusief off farm-emissie in kaart. Onderzoek: waar uitstoot plaatsvindt, hoe het beperkt kan worden, hoeveel off farm-emissies bijdragen.

18. De KringloopWijzer analyseren
(Jouke Oenema)
Werk mee aan het verder ontwikkelen van de KringloopWijzer. Hierbij gaat het om verzamelen van gegevens, deze invullen en interpreteren en verbeteren van het programma. Vervolgens het opstellen van een advies ter verbetering van de KringloopWijzer-resultaten van één of een groep melkveebedrijven.

19. DAIRYMAN: verschillen tussen Europese regio’s
(Frans Aarts)
Maak een analyse van de bedrijfs-, milieutechnische en economische verschillen tussen de DAIRYMAN-deelnemers. Maak hierbij gebruik van economische en mineralendata van de DAIRYMAN-bedrijven en regio’s (databank DAIRYMAN).

Creatieve producten

1 Maak een film over (een onderdeel van) duurzame melkveehouderij
(Zwier van der Vegte)
Wat is het probleem en waar liggen kansen en oplossingen. (max. 4 minuten)
Thema’s:
• Nitraatuitspoeling
• Ammoniakemissie
• Fosfaatophoping
• Broeikasgassen
• Enz.
Maatregelen/oplossingen:
• Zorgvuldig bemesten
• Zorgvuldig voeren
• Gras onder mais
• Mest vergisten
• Mestscheiden
• Meststrippen
• Windmolens
• Zonnepanelen
• Regionale landbouw
• Enz.

2 Bedenk een plan voor de uitvoering van de scholingspoot voor het bedrijf Kuks
(Koos Verloop)
Jan Kuks is deelnemer K&K en heeft visie en ambitie voor communicatie over melkveehouderij richting maatschappij, en met name (basis-) scholen.
Bevraag de familie Kuks en werk samen met hen een werkbaar en haalbaar plan uit.

3 Maak een elektrische opstelling waarmee je de mineralenkringloop van De Marke zichtbaar maakt
(Zwier van der Vegte)
De mineralenstromen zijn te vergelijken met elektrische stroom. Elke component staat in verbinding met de ander. De lekken komen ook tot stand door verbindingen met (componenten van) het systeem.
De intensiteit van de stromen (flux, Ampère) wordt bepaald door de weerstand in de richting van verschillende kanalen (routes, verbindingen).
Door mineralenmanagement kun je de weerstand van lekroutes verhogen. Hierdoor stroomt er minder weg door het lek.
De stroomsterkte kan in beeld gebracht worden met lampjes. Het management door schuifweerstandjes die je kunt aanpassen.

4 Maak een plan/voorstel voor het gebruik van sociale media door Dairyman/KTC De Marke
(Eddy Teenstra)
Welke rol kan twitteren/bloggen/facebooken spelen binnen het communiceren over duurzame melkveehouderij met onze doelgroep?
Het bereiken van de grote groep van melkveehouders is een stevig punt van aandacht. Het meekrijgen van voorlopers, die de knop hebben omgezet en overtuigd zijn dat het anders kan en moet is relatief makkelijk. Maar hoe bereiken we de groep die (nog) niet overtuigd is met onze informatie?

5 Maak een maquette van een meststrip-raffinage-installatie
(Zwier van der Vegte)
Maak inzichtelijk welke materiaalstromen er plaatsvinden. Welke producten in welke hoeveelheden waar worden toegevoegd en welke producten in welke hoeveelheden waar vrijkomen. Welke processen vinden waar plaats, chemisch, thermisch, biologisch enz. enz. Geef in het kort aan wat het voordeel is (of in de toekomst kan zijn)

6 Maak het verschil in methaanemissie zichtbaar in twee melkvee rantsoenen
(Léon Šebek)
Bereken van een gemiddeld rantsoen de methaanemissie en stel een vergelijkbaar rantsoen samen met minimale methaanemissie. Maak vervolgens beide visueel, bv. met behulp van glazen cilinders.
Gebruik hiervoor de voedermiddelentabel waarin per voedermiddel de verwachte methaanemissie is aangegeven.

     

      
    Print deze pagina