Bemestingsplan

Met zorgvuldige inzet van dierlijke mest is de benutting van mineralen fors te verbeteren. Verdeling over gewassen en percelen en over het jaar zijn de sleutelfactoren. Bemonsteren van mest en bodem is een “must”.

Geen kunstmest
De Marke gebruikt sinds 1993 geen fosfaatkunstmest en sinds 2004 geen stikstofkunstmest. Dit om de benutting uit dierlijke mest te maximaliseren. De inzet van digestaat (vergiste mest) en het gebruik van klaver in grasland, maken dit mede mogelijk. Sinds 2009 helpt mestscheiding [link naar: ../Multifunctioneel onderzoek/Mestscheiding] om stikstof en fosfaat op maat toe te dienen met dierlijke mest.

Snellere werking digestaat
Door vergisten van mest verschuift de verhouding van minerale en organische stikstof. In onvergiste mest is deze ongeveer 50:50 in vergiste mest (digestaat) 75:25, meer minerale stikstof dus. Het totale stikstofgehalte blijft ongewijzigd. De verschuiving betekent dat de stikstof uit digestaat sneller beschikbaar is voor de plant. Dit is gunstig voor de benutting van deze stikstof door gras en maïs.

Minder mest naar maïs
In 35 kuub rundveedrijfmest zitten voldoende mineralen voor een goed gewas maïs. De kunst is deze mineralen optimaal te benutten. Goede bodemkwaliteit, kort voor het zaaien bemesten en een juiste inzet van een groenbemester zijn hierbij belangrijk.
Wanneer minder drijfmest nodig is voor de maïsteelt is er meer beschikbaar voor grasland en kunnen we binnen de aanwendingsnorm een hogere opbrengst realiseren. De praktijk kan hierbij dus op kunstmest besparen.

Korte uitrijperiode
De Marke rijdt mest uit vanaf 1 maart tot 1 augustus. We starten dus een maand later en stoppen een maand eerder dan wettelijk is toegestaan. Hiermee beperken we in het voorjaar het risico op verlies en voorkomen we in het najaar een (te) late nawerking.

Rijenbemesting snijmaïs
Door toepassen van rijenbemesting met drijfmest in mais kan rijenbemesting met kunstmest achterwege blijven. Dit bespaart ongeveer 20 kg stikstof en 10 kg fosfaat per ha met gelijkblijvende opbrengst.

Maïs afwisselen met gras
Door maïs in wisselbouw met gras te telen benutten we stikstof en fosfaat beter. Ook blijft de organische stof in de bodem beter op peil (zie teeltplan [link naar: ../ Praktijkmaatregelen /Teeltplan]).

Perceelsverschillen
Voor een optimale inzet van met name fosfaat wordt rekening gehouden met de gehalten in de bodem. Meer dierlijke mest en vaste mest, met relatief meer fosfaat naar percelen met de laagste Pw/Pal-getallen. Ook mestscheiden biedt hiervoor mogelijkheden.

Mestscheiden
Door de dunne fractie te gebruiken op grasland met weinig of zonder klaver en de dikke fractie op percelen met lagere Pw/PAl-getallen, benutten we op lange termijn zowel de stikstof als het fosfaat beter.
Ook het NLV (stikstof leverend vermogen) speelt een rol in de toedeling van dunne en dikke fractie. Percelen met een lage NLV krijgen meer dunne fractie  en dus mest met een hogere N/P verhouding.


Fosfaatbalansen per perceel in 2010

  
Print deze pagina

Contact
Drijfmestrijenbemesting bespaart 20 kg stikstof en 10 fg fosfaat
 
Melkveeproefbedrijf De Marke
Roessinkweg 2
7255 PC Hengelo (Gld.)
Tel. 0575 - 467 323
»  meer Contact