Proefbedrijf Zegveld ontwikkelt zeer uiteenlopende kennis voor de melkveehouderij in West Nederland en nam o.a. het eerste mobiele melksysteem van Nederland in gebruik: de Natureluur. Ook ontwikkelen we oa het boxenplein in combinatie meten met alternatieve boxafscheidingen. Hier treft u enkele voorbeelden van ons multifunctionele onderzoek aan.
De Natureluur melkt op Melkveeproefbedrijf Zegveld
Het eerste mobiele melksysteem van Nederland is officieel in gebruik! De Natureluur melkt een kudde melkkoeien van Melkveeproefbedrijf Zegveld. De koeien lopen zelf naar de robot als ze gemolken willen worden.
Alternatieve boxafscheidingen
Veel bedrijven met melkvee hebben vroeger of later te maken met nieuwbouw of renovatie. Een veel gehoorde vraag daarbij is welk type boxafscheiding het beste voldoet. Op het melkveeproefbedrijf zijn een aantal alternatieve boxafscheidingen aangelegd. Deze volgen we op o.a. ligcomfort, levensduur, hygiëne en gebruiksgemak.
Gevolgen verliesnormen voor fosfaat onder praktijkomstandigheden
In 2008 worden de verliesnormen voor MINAS 180 kg stikstof en 20 kg fosfaat per ha. Over de effecten van de verliesnormen op grasopbrengst en bodemvruchtbaarheid is echter nog te weinig bekend. Ook de combinatie van zowel een lagere stikstof- als fosfaatnorm moet onderzocht worden. Al verscheidene jaren volgen we een beweidingsproefveld en een maaiproefveld om de juiste effecten vast te stellen. Het maaiproefveld is inmiddels gestopt, maar met het beweidingsproefveld gaan we nog enkele jaren door. Op Zegveld voeren we dit onderzoek uit op veengrond; op andere praktijkcentra op klei- en zandgrond.
Zakking maaiveld veengrond bij hoog en laag slootpeil
Met behulp van zakplaatjes meten we op enkele percelen met verschillend slootpeil de zakking van het maaiveld. Alle veengrond klinkt in door de vertering van organische stof. Bij een hoog slootpeil (30 cm -maaiveld) is dit ca. 5 mm/jaar en bij een laag slootpeil (60 cm -maaiveld) 8-10 mm/jaar. Daarnaast participeert het melkveeproefbedrijf in een internationaal project van Alterra (Europeat). Daarbij worden binnen Europa verschillende soorten veengrond en ontwatering gevolgd. Dit om meer inzicht te krijgen in de juiste processen in de grond en de maaiveldsdaling.
Maatregelen om de zakking te beperken
Tot nu toe wordt de ontwatering van veengrond vaak uitgedrukt in de hoogte van het slootwaterpeil t.o.v. het maaiveld, terwijl de zakking van de grond vooral afhankelijk is van het grondwaterpeil. In de zomer zakt de grondwaterstand in het veenweidegebied vaak enkele decimeters onder het slootpeil.
Op Melkveeproefbedrijf Zegveld onderzoeken we of we het zakken van veengrond kunnen verminderen door aanleg van een drainagesysteem. De drainage ligt daarbij onder het slootpeil en niet zoals gebruikelijk erboven. Hierdoor zal het systeem in de zomer als infiltratie fungeren. Door infiltratie van slootwater blijft naar verwachting de grondwaterstand op of iets onder het slootpeil, waardoor meer veen verzadigd met water blijft. Verzadigd veen breekt niet af, want daarvoor is zuurstof nodig. Als het infiltreren via de drainage inderdaad blijkt te werken en de grondwaterstand bijna niet zakt, dan zou de vertering en daarmee de zakking mogelijk gehalveerd kunnen worden.
De proef is aangelegd bij zowel een hoog slootpeil (30 cm –mv) als bij een verlaagd slootpeil (60 cm –mv). Zowel vaste drainagebuizen zijn gebruikt als een pijploze moldrainage.
We voeren het experiment uit in samenwerking met Alterra.
Melkveeproefbedrijf Zegveld produceert ‘merkmelk’
In 2006 is gestart met de produktie van Campina-merkmelk. In eerste instantie als deelnemer van de pilotgroep, en nu als een van de ca. 600 veehouders die deze speciale melk leveren.
Wat is merkmelk
Deze melk heeft een evenwichtiger vetzuursamenstelling, met een 20 procent meer onverzadigde vetzuren en een verdubbeling van de gezonde Omega 3-vetzuren. Vanaf voorjaar 2007 kent alle verse Campina melk in Nederland deze evenwichtiger vetzuursamenstelling.
Hoe is deze samenstelling te realiseren
Op Zegveld lopen de koeien ’s zomers veelal onbeperkt buiten en eten zodoende voldoende weidegras, waardoor van nature een verhoogd aandeel onverzadigd vetzuren in de melk verkregen wordt. In de winterperiode wordt 1 á 2 kg Nutex (aangepast krachtvoer met veel lijnzaad) verstrekt om de gestelde normen te halen.
Voordelen
‘gezonder’ eindprodukt
Verbeteren imago
Meerprijs voor de melk
Nadelen
(kleine) aanpassing in stal nodig
Vraagt extra sturing in dagelijks management
Hogere voerkosten
Ontwikkelen van een dynamisch voeradvies
Enkele jaren geleden heeft het Melkveeproefbedrijf onderzoek gedaan naar inpassing van natuurgras in het rantsoen van hoogproductief melkvee. De conclusie was toen dat er tot 25 % beheersgras in het basisrantsoen ingemengd kon worden zonder dat dit duidelijk ten koste ging van opname en saldo. Voorwaarde was wel dat er gemengd gevoerd moet worden en dat het beheersgras voldoende smakelijk moet zijn.
Na afloop van het onderzoek ontstond de vraag of dit percentage algemeen is, of meer afhankelijk van bedrijfssituatie. Om dit verder te onderzoeken is gebruik gemaakt van een nieuw dynamisch voeradvies (DLM), hierbij is het op koppelniveau mogelijk om de optimale verhouding van de verschillende ruwvoeders in het rantsoen vast te stellen. Om dit te realiseren wordt dagelijks de voeropname per partij vastgelegd, in deze situatie dus van krachtvoer, gangbaar kuilgras en beheerskuilgras. Dit wordt vergeleken met de melkproductie en wordt het saldo (melkopbrengst minus voerkosten) vastgesteld. Na verloop van tijd heeft het model de optimale verhouding vastgesteld om de hoogste saldo te realiseren.
In een later stadium zijn we op het Melkveeproefbedrijf begonnen met DLM op individuele basis. Hierbij wordt per koe de optimale krachtvoerniveau geadviseerd om maximaal saldo te halen. Op deze manier moeten individuele dierverschillen beter benut worden.
Opvallend is dat aan koeien met een vergelijkbare melkproductie soms duidelijk verschillende hoeveelheden krachtvoer wordt geadviseerd.

Mobiele automatisch melksysteem, de ‘Natureluur’
De schaalvergroting in de Nederlandse melkveehouderij blijft doorgaan. De omvang van de koppels melkvee wordt zo groot dat steeds meer veehouders zich genoodzaakt zien het vee jaarrond op te stallen. Op de meeste bedrijven groeit de bedrijfsoppervlakte nog wel mee, maar meestal niet de oppervlakte huiskavel. Daarbij komt dat de verkaveling in Nederland in vele regio’s dermate versnipperd is en de percelen zo klein zijn, dat deze vaak niet voor beweiding met melkvee geschikt zijn. Bovendien worden bij grote koppels de loopafstanden te groot met productieverlies en vertrapping als gevolg.
De Nederlandse melkveehouder heeft echter nog altijd de wens om met melkkoeien in voorjaar en zomer te blijven beweiden. Dit wordt mede gevoed door de maatschappelijke discussie dat melkkoeien in de wei horen. Ondernemer Frank Lenssinck ontwikkelt in samenwerking met de Animal Sciences Group ‘De Natureluur’, het eerste echte mobiele melksysteem in de wereld. Het idee achter het ontwerp is simpel. Niet de koe naar het Automatisch Melksysteem maar het Automatisch Melksysteem naar de koe. Dit biedt mogelijkheden om een koppel melkvee op een behoorlijke afstand van het bedrijf te melken. Toepassingen worden gezien in drassige en slecht verkavelde gebieden, in grootschalige bedrijfsconcepten, melken in natuurgebieden of bij tijdelijke grondruil met bijvoorbeeld een akkerbouwer.
De Mobiele Melkrobot levert nieuwe mogelijkheden voor beweiding door het Automatisch Melksysteem naar de koeien te brengen. Het streven is het systeem verder te testen en ontwikkelen voor een bredere toepassing.
Kijk verder op de website www.natureluur.nl.
Schade door overzomerende ganzen
Ganzen die ’s zomers op het grasland van melkveebedrijven verblijven, vreten gras weg dat voor melkvee bestemd was. Deze opbrengstschade wordt door het faunafonds vergoed. Naast wegvreten van gras, mesten de ganzen op het grasland. Door deze besmeuring ervaren melkveehouders dat hun vee het gras niet meer “smakelijk” vindt en het daardoor niet wil opnemen. Daarnaast kan onder nattere omstandigheden de vertrapping van de zode ook zorgen voor een verslechtering van de bodemstructuur. "Dit heeft gevolgen voor de bedrijfsvoering van het melkveebedrijf en leidt tot extra kosten", geven melkveehouders aan. Deze “schade” wordt momenteel niet door het faunafonds vergoed.
In 2007 is het onderzoek naar schade door zomerganzen gestart in de Vechtstreek (Weesp), waar veehouders veel overlast van overzomerende ganzen ervaren. Hierbij staan de volgende vragen centraal:
- Wordt de smakelijkheid en daardoor de opname van zowel het gras als geconserveerd ruwvoer daadwerkelijk beïnvloedt door overzomerende ganzen?
- Hoe beïnvloedt de eventuele verminderde grasopname het beweidings- en voederwinningsmanagement op het melkveebedrijf?
- Wat zijn de financiële gevolgen van zomerganzen op grasland van melkveebedrijven?
Praktijkvoorbeelden
Klik hier voor enkele praktijkvoorbeelden