Op Praktijkcentrum Raalte is onderzocht wat het effect is van ruimtetemperatuur tijdens de zoogperiode en de opfokperiode (warme versus koude zoogperiode en opfok) op de technische resultaten en gezondheid van biggen en vleesvarkens en op de slachtkwaliteit van vleesvarkens. De biggen van 24 biologische kraamzeugen, geboren in januari en februari 2006, zijn gevolgd vanaf geboorte tot en met afleveren als vleesvarken. In het onderzoek zijn twee proefbehandelingen met elkaar vergeleken:
1) Koude opfok: De biggen werden tijdens de zoogperiode en de eerste twee weken na spenen ‘koud’ gehuisvest. Dit houdt in dat gedurende de eerste tien dagen na het werpen van de zeug alleen het biggennest verwarmd werd (via vloerverwarming). Na 10 dagen is de verwarming in het biggennest uitgeschakeld. De biggen konden direct vanaf de geboorte naar buiten. Er is gestreefd naar een ruimtetemperatuur in de kraamstal van maximaal 12 graden Celsius.
2) Warme opfok: De biggen werden tijdens de zoogperiode en de eerste twee weken na spenen ‘warm’ gehuisvest. Dit houdt in dat gedurende de gehele zoogperiode en de eerste twee weken na spenen de vloerverwarming in het biggennest en in de voergang was ingeschakeld. De eerste week na werpen hadden zeug en biggen geen toegang tot de buitenuitloop. Daarna mochten ze naar buiten. Er is gestreefd naar een ruimtetemperatuur van minimaal 20 graden Celsius.
De kraamzeugen kregen de eerste 14 dagen na werpen maximaal 6,5 kg voer, daarna kregen ze tot spenen maximaal 8,5 kg voer verstrekt. Biggen en vleesvarkens werden onbeperkt gevoerd.
De belangrijkste resultaten en conclusies uit het onderzoek zijn:
- Koud gehuisveste biggen (ruimtetemperatuur 13 graden Celsius) nemen tijdens de zoogperiode per big bijna 900 gram meer voer op dan warm gehuisveste biggen (ruimtetemperatuur 22 graden Celsius) en groeien 30 gram per dag sneller. De eerste twee weken na spenen nemen koud gehuisveste biggen 100 gram voer per dag meer op dan warm gehuisveste biggen en groeien ze ruim 70 gram per dag sneller.
- Bij spenen zijn koud gehuisveste biggen 1,4 kg zwaarder dan warm gehuisveste biggen. Twee weken na spenen zijn ze 2,2 kg zwaarder en vier weken na spenen 2,3 kg.
- In de koude kraamafdelingen zijn meer biggen uitgevallen dan in de warme kraamafdelingen. De belangrijkste reden van uitval was doodliggen door de zeug. De hogere uitval is ten dele het gevolg van de lagere temperatuur in de koude afdelingen en ten dele van het hogere aantal levend geboren biggen per zeug in de koude kraamafdelingen.
- Tijdens de opfokfase is er geen verschil in uitval tussen biggen die koud of warm gehuisvest zijn.
- Er zijn geen verschillen in groei, voeropname en voederconversie tussen vleesvarkens die tijdens de zoog- en opfokperiode koud of warm gehuisvest zijn.
- Vleesvarkens die tijdens de zoog- en opfokperiode koud gehuisvest zijn hebben 1,1 mm dikker spek en een 0,9% lager vleespercentage bij afleveren dan vleesvarkens die tijdens de zoog- en opfokperiode warm gehuisvest zijn.
- Koud gehuisveste biggen brengen als gevolg van een hoger gewicht aan het einde van de opfokperiode ruim € 5,00 meer op dan warm gehuisveste biggen.
- De opbrengst minus kosten in de zoog- en opfokperiode is € 3,47 per afgeleverde big hoger bij de koud gehuisveste biggen. Hierbij is ervan uitgegaan dat de hogere uitval van biggen in de koude kraamafdelingen slechts voor de helft het gevolg is van de lagere temperaturen in de afdelingen. Daarnaast is de besparing in energieverbruik bij het koud huisvesten meegenomen in deze berekening.
- Het saldo per afgeleverd vleesvarken is € 5,40 hoger bij vleesvarkens die als big warm gehuisvest waren. Dit is het gevolg van een hogere opbrengstprijs van de vleesvarkens en een lagere aankoopprijs van de biggen.
- Het saldo van geboorte tot afleveren is € 1,93 per afgeleverd vleesvarken hoger bij warme opfok.
- De zeugen in de koude kraamstal hebben 14 kg meer aan gewicht verloren dan de zeugen in de warme kraamstal. Als een zeug dit gewicht in moet halen tijdens de dracht, moet ze 26 EW extra opnemen. Dit kost € 7,40 ofwel € 0,70 per afgeleverd vleesvarken.
Betekenis voor de praktijk
Het voordeel van koud huisvesten van biggen is dat ze meer voer opnemen tijdens zowel de zoog- als opfokperiode. Ze groeien hierdoor sneller en brengen door het hogere aflevergewicht € 5,00 meer op aan het einde van de opfok dan warm gehuisveste biggen. Bovendien levert koud huisvesten een energiebesparing op van € 0,80 per afgeleverde big. Nadelen zijn dat in koude kraamafdelingen meer biggen worden doodgelegen door de zeug en dat de vleesvarkens bij afleveren dikker spek en een lager vleespercentage hebben waardoor ze minder opbrengen aan de slachtlijn.