Op veel biologische varkensbedrijven is de laatste jaren noodgedwongen gekozen voor relatief grote groepen vleesvarkens (30 tot 80 dieren) in bestaande stallen. Op deze wijze kunnen de bestaande afdelingen, dwars op de nokrichting, gemakkelijk van een uitloop worden voorzien. Bij nieuwbouw is het wellicht aantrekkelijker om voor kleinere groepen te kiezen. Tegenover wat hogere huisvestingskosten staan mogelijk wat betere technische resultaten. Het doel van deze studie was te bepalen of voor economische resultaten en gezondheid een groepsgrootte van 15 of 30 vleesvarkens gunstiger is.
Op Praktijkcentrum Raalte (een proefbedrijf van de Animal Sciences Group van Wageningen UR) waren twee afdelingen met elk vier hokken voor 15 en twee hokken voor 30 vleesvarkens ingericht. De gegevens zijn verzameld van dieren die in de periode van eind 2003 tot en met begin 2007 zijn opgelegd. Gemiddeld
opleggewicht (op hokniveau) varieerde van 18 tot 50 kg. Op basis van het onderzoek concluderen we het volgende:
- Er is geen verschil in technische resultaten en slachtkwaliteit van biologische vleesvarkens die gehouden zijn in groepen van 15 of 30 dieren per hok.
- Er zijn geen verschillen bij het aantal uitgevallen en aantal veterinair behandelde dieren. Bij vleesvarkens uit groepen van 15 dieren per hok zijn meer dieren met karkasbemerkingen (door pleuritis) en minder dieren met orgaanbemerkingen dan bij vleesvarkens uit groepen van 30 dieren.
- Er is geen verschil in saldo (opbrengt minus toegerekende kosten) tussen vleesvarkens uit groepen van 15 en 30 dieren per hok. De huisvestingskosten zitten niet in het saldo, maar zijn voor groepen van 30 dieren wat lager.
Betekenis voor de praktijk
In dit onderzoek zijn (nagenoeg) geen verschillen in technische resultaten, slachtkwaliteit, gezondheid en financieel resultaat tussen vleesvarkens uit groepen van 15 dan wel 30 dieren gevonden. Ervan uitgaande dat de bouwkosten per dierplaats lager zijn bij grotere groepen biologische vleesvarkens, lijkt een groepsgrootte van 30 dieren te prefereren boven een groepsgrootte van 15 dieren per hok. Een aandachtspunt hierbij is dat men waarschijnlijk meer resthokken nodig heeft voor de dieren die te licht zijn om af te leveren als de meeste andere vleesvarkens zijn afgeleverd, omdat te lichte dieren relatief ongunstig worden uitbetaald. De keuze voor een bepaalde groepsgrootte wordt verder mede bepaald door de bedrijfsgrootte en het productiesysteem. Op een kleiner bedrijf bieden kleinere groepen meer mogelijkheden tot sorteren op gewicht en/of geslacht.
Lees meer in het ASG rapport 'Groepsgrootte en technische resultaten van biologische vleesvarkens'