Maatschappelijk gezien is het van belang dat biologische producten voldoen aan de veiligheidsnormen die de consument ervan verwacht. Het laag houden van de ziektedruk zonder preventieve of curatieve medicatie is een knelpunt waar biologische veehouders mee te kampen hebben. De verschillen in huisvestingsomstandigheden tussen biologisch en gangbaar gehouden dieren kunnen gevolgen hebben voor de diergezondheid zowel in positieve als in negatieve zin.
Het doel van deze studie is antwoorden te geven op de vraag of de diergezondheid in de biologische veehouderij en de gangbare veehouderij verschilt. In dit rapport gaan we in op diergezondheidsaspecten die van belang zijn in de varkenshouderij en melkveehouderij.
De kennis van de diergezondheid in de biologische veehouderij is ten opzichte van de gangbare veehouderij zeer beperkt. Enerzijds omdat het aantal biologische bedrijven in Nederland nog zeer beperkt is en anderzijds omdat er niet veel data uit onderzoek beschikbaar zijn in Nederland. De eventuele minder positieve zaken over diergezondheid kunnen het imago van de biologische veehouderij ernstig schaden.
In de gangbare veehouderij maakt men over het algemeen gebruik van preventieve maatregelen in de vorm van vaccinatie om de “specifieke weerstand” van het dier te verhogen. In de biologische veehouderij ligt de nadruk op een hoge “algemene weerstand” door goede voeding, verzorging en optimaliseren van de leefomstandigheden. Standaard preventief gebruik van chemisch gesynthetiseerde allopathische diergeneesmiddelen (dit zijn de meeste gangbare geneesmiddelen) en antibiotica zijn niet toegestaan in de biologische melkveehouderij. Daarnaast mogen hormonen en groei- of productiebevorderende stoffen niet worden gebruikt. Binnen de biologische veehouderij zijn per koe per kalenderjaar twee behandelingen toegestaan met chemisch gesynthetiseerde allopathische diergeneesmiddelen en antibiotica. De richtlijnen van KKM schrijven voor dat melkveehouders alleen geregistreerde diergeneesmiddelen mogen gebruiken. Homeopathische middelen zijn vrij van registratie en kan men onbeperkt toepassen.
Ook de gangbare houderij zal in toenemende mate aandacht vragen voor problemen die samenhangen met het gebruik van stro. Steeds meer worden zeugen in gangbare systemen in groepen op stro gehuisvest.
Er zijn in de afgelopen jaren in verschillende landen monitoringsprojecten uitgevoerd op biologische en op gangbare bedrijven waarbij gekeken werd naar gezondheidsparameters. De conclusies afkomstig van buitenlandse literatuur moet men met zeer grote voorzichtigheid ïnterpreteren, wanneer we een uitspraak willen doen over de Nederlandse situatie. Bij de vergelijking tussen biologische en gangbare bedrijven is vaak het aantal biologische bedrijven veel kleiner dan het aantal gangbare bedrijven waarmee vergeleken wordt. Een statistische onderbouwing van gevonden verschillen is daarom in veel gevallen niet mogelijk.
Lees meer in ASG rapport 'Diergezondheid biologische houderij versus gangbare houderij'