Raalte - Onderzoek - Effect van mengen en verplaatsen op de gezondheid van biologische biggen

Biologische biggen lopen een groter risico op gezondheidsproblemen na het spenen dan biggen in de gangbare varkenshouderij. Dit wordt door een complex aan factoren veroorzaakt, maar de meest belangrijke zijn een gebrek aan hoogwaardige eiwitbronnen en een verbod op synthetische aminozuren gecombineerd met beperkingen in het medicijngebruik. Ook huisvesting en verzorging spelen een rol in de preventieve gezondheidszorg voor de biggen. In dit onderzoek zijn gedurende vijf ronden met 120 tomen de factoren mengen en verplaatsen onderzocht:

  1. niet mengen in de zoogperiode, bij het spenen verplaatst naar biggenopfokhok;
  2. mengen in de laatste 2 weken van de zoogperiode, bij het spenen verplaatst naar biggenopfokhok;
  3. niet mengen in de zoogperiode, bij het spenen blijven de biggen in het kraamhok;
  4. mengen in de laatste 2 weken van de zoogperiode, bij het spenen blijven de biggen in het kraamhok.

Bij het mengen kregen de biggen van drie tomen de mogelijkheid om zich met de biggen in de buurhokken te mengen tot groepen van circa 30 biggen. In de opfokperiode werden alle biggen in groepen van 30 dieren gehouden. De zoogperiode duurde 6 weken.
Het mengen van de biggen in de zoogperiode had geen effect op de resultaten in de zoogperiode. Wel tendeerden de gemengde biggen naar een gunstigere voederconversie in de opfokperiode dan de niet gemengde biggen.
Het niet verplaatsen van de biggen gaf geen verschillen in resultaten ten opzichte van wel verplaatsten. Wel waren er meer maagdarmproblemen in de niet verplaatste groep ten opzichte van de wel verplaatste groep.

Er zijn geen wezenlijke verschillen tussen de proefbehandelingen aangetoond in dit onderzoek. De keuze voor niet verplaatsen (kraamopfokhokken) of wel verplaatsen hangt sterk af van bedrijfsgebonden factoren zoals de beschikbaarheid van de juiste hoktypen en de hoeveelheid arbeid. Met name het niet hoeven verplaatsen van de biggen en het niet hoeven schoonmaken van de afdeling wegen mee. Naar verwachting is het effect van niet verplaatsen wel aanwezig in tomen van 10 biggen die niet gemengd worden.

Het mengen van de biggen in de zoogperiode is echter een eenvoudige maatregel die minder onrust oplevert na het spenen. Dit kan een bijdrage leveren aan het verminderen van de speenstress en het voorkomen van gezondheidsproblemen in de opfokperiode van biologische biggen, al was dit in dit onderzoek niet meetbaar.

Lees meer in ASG rapport 'Effect van mengen en verplaatsen op de gezondheid van biologische biggen'

  
Print deze pagina