Raalte - Onderzoek - Effect van verzadigend voer en ruwvoer op de slachtkwaliteit van biologische vleesvarkens

Op Praktijkcentrum Raalte is onderzocht of het bij onbeperkt gevoerde gemengd gemeste borgen en zeugen mogelijk is om via een verzadigend voer en/of ruwvoer de voer- en energieopname zodanig te verlagen dat het vleespercentage en het type van de vleesvarkens verbeteren zonder dat de vleeskwaliteit verslechtert. Het onderzoek is uitgevoerd met 192 vleesvarkens (16 hokken x 12 vleesvarkens). In elk hok werden zes borgen en zes zeugen opgelegd. De vleesvarkens in de vier proefbehandelingen zijn als volgt gevoerd:

  1. Standaard biologisch mengvoer van opleg tot afleveren en geen ruwvoer.
  2. Standaard biologisch mengvoer van opleg tot afleveren en vanaf de zevende week na opleg tot afleveren kort gehakselde graskuil.
  3. De eerste 8 weken na opleg een standaard biologisch mengvoer, daarna tot afleveren een verzadigend biologisch mengvoer (voer met een hoog gehalte aan fermenteerbare koolhydraten en een lagere EW) en geen ruwvoer.
  4. De eerste 8 weken na opleg een standaard biologisch mengvoer, daarna tot afleveren een verzadigend biologisch mengvoer en vanaf de zevende week na opleg tot afleveren kort gehakselde graskuil.

De vleesvarkens werden onbeperkt gevoerd via een IVOG-voerstation (een éénvaks droogvoerbak op een weegschaal, voorzien van een fotocel om vleesvarkens die het voerstation bezoeken te herkennen). Met een IVOG-voerstation is het mogelijk om de voeropname van elk individueel vleesvarken in een hok te registreren.

De belangrijkste resultaten en conclusies uit het onderzoek zijn:

  • De voer- en EW-opname van vleesvarkens zijn te verlagen door ze een verzadigend voer te geven in plaats van een standaard biologisch vleesvarkensvoer. In het traject van 8 weken na opleg tot afleveren nam de EWopname bij de borgen af van 3,36 naar 3,05 EW per dag door ze een verzadigend voer te geven. Bij de zeugen daalde de EW-opname van 2,94 naar 2,82 EW per dag.
  • De voederconversie verslechterde weliswaar bij een verzadigend voer, maar er was geen effect op de EWconversie.
  • Bij de borgen daalde de spekdikte van 18,7 naar 17,2 mm spek door ze een verzadigend voer te geven. Het vleespercentage steeg hierdoor van 53,8 naar 54,7% . Bij de zeugen daalde de spekdikte van 15,4 naar 14,7 mm bij verzadigend voer. Het vleespercentage steeg hierdoor van 56,4 naar 56,9%.
  • In de herfst- en wintermaanden lijkt het effect van het verzadigende voer op de verbetering van het vleespercentage en de spekdikte groter dan in de zomermaanden.
  • De voer- en EW-opname van vleesvarkens zijn niet te verlagen door ruwvoer (graskuil) te geven vanaf 7 weken na opleg tot afleveren.
  • Graskuil had in deze proef geen effect op de technische resultaten en slachtkwaliteit van de vleesvarkens.
  • Het dripverlies was geringer bij de dieren met het verzadigende voer dan bij de vleesvarkens die het standaard biologische mengvoer kregen. De overige vleeskwaliteitsmetingen zijn niet beïnvloed door het soort mengvoer dat verstrekt is of door het wel of niet verstrekken van graskuil.
  • Het aantal dieren met maagaandoeningen is niet beïnvloed door het soort mengvoer of door het wel of niet verstrekken van graskuil.
  • De borgen die het verzadigende voer kregen brachten € 6,10 per afgeleverd vleesvarken meer op dan de borgen die het standaard biologische mengvoer kregen. Hierdoor steeg het saldo per afgeleverde borg van € 1,30 naar € 4,22. De zeugen met het verzadigende voer brachten € 27,80 minder op dan de zeugen met het standaard biologische vleesvarkensvoer. Het saldo per afgeleverde zeug daalde daardoor met bijna € 30,-.

Betekenis voor de praktijk
Door gemengd gemeste borgen en zeugen vanaf 8 weken na opleg tot afleveren een verzadigend voer te geven is het mogelijk de EW-opname te verlagen en de slachtkwaliteit te verbeteren zonder dat de vleeskwaliteit verslechtert. Het positieve effect op slachtkwaliteit is groter bij de borgen dan bij de zeugen en lijkt groter in de herfst- en wintermaanden dan in de zomermaanden. Het effect op het financiële resultaat is zeer verschillend bij de borgen en de zeugen. Bij de borgen is het financieel interessant om ze een verzadigend voer te geven, bij de zeugen niet. Omdat het financiële nadeel bij de zeugen groter is dan het financiële voordeel bij de borgen is het bij gemengd mesten van borgen en zeugen niet interessant om een verzadigend voer te verstrekken vanaf 8 weken na opleg tot afleveren. Deze saldo’s gelden bij het uitbetalingssysteem van november 2005. Als men overweegt om een verzadigend voer aan de vleesvarkens te geven is het verstandig om het saldo opnieuw te berekenen met de dan geldende voerprijzen en het dan geldende uitbetalingssysteem.

Lees meer in ASG rapport 'Effect van verzadigend voer en ruwvoer op de slachtkwaliteit van biologische vleesvarkens'

  
Print deze pagina