In het kader van de opschaling van de biologische varkenshouderij wordt jaarlijks een kostprijsberekening voor biologische biggen en varkensvlees uitgevoerd. Deze kostprijsberekening wordt gebruikt in de prijsafspraken tussen de biologische varkenshouders en de afnemende partijen. Omdat de huisvestingskosten een belangrijk deel (15-20%) van de kostprijs uitmaken, is het van groot belang om hiervoor de juiste uitgangspunten in de berekening te hanteren.
In opdracht van Agro Eco Consultancy zijn we in het kader van Biovar nagegaan wat de investeringskosten voor nieuwbouw voor de biologische varkensstal bedragen. Hiervoor is een standaardbedrijf gedefinieerd en zijn omschrijvingen van stallen opgezet. Met het model BedrijfsWijzer Varkens (BWV) van het Praktijkonderzoek zijn de investeringsbedragen van de stallen berekend.
Om deze investeringsbedragen te toetsen in de praktijk, zijn biologische varkenshouders bezocht die bezig zijn met nieuwbouw van biologische stallen of reeds nieuwbouw gepleegd hebben. De offertebedragen van deze stallen zijn vergeleken met het investeringsbedrag van de standaardstal. Ter controle van de nauwkeurigheid van de BedrijfsWijzer Varkens zijn deze stallen ook met de BedrijfsWijzer doorgerekend. Een projectgroep van belanghebbenden (ketenpartijen, adviseurs en onderzoek) heeft de resultaten bediscussieerd.
Het standaardbedrijf bevat gemiddeld 96 zeugen en gemiddeld 650 vleesvarkens. De investeringskosten voor 111 zeugenplaatsen zijn berekend op € 4550,- per zeugenplaats en voor 720 vleesvarkensplaatsen op € 625,- per vleesvarkenplaats. De bijkomende algemene voorzieningen (alarm, noodstroom, spoelplaats, kadaverplaats, kantoor, erf- en omheining, stro-opslag, hygiënesluis) zijn berekend op € 40.825,- .
Belangrijke factoren die invloed hebben op de investeringsbedragen zijn:
- Het wel of niet toepassen van een centrale gang;
- De grootte van de stallen en de afdelingen;
- Gebruikte materialen;
- Verschillen in inrichting zoals isolatie, verwarming en methode van ventilatie.
Uit de berekeningen met BWV van de investeringen van de praktijkbedrijven blijkt dat BWV een redelijke schatting geeft van de werkelijke investeringen in de praktijk. In een aantal gevallen zijn de kosten echter laag ingeschat. Tevens heeft de projectgroep aangegeven dat de gepresenteerde investeringen van de standaardstallen aansluiten bij de praktijk. De conclusie is dan ook dat de berekeningen van de standaardstallen een representatieve inschatting zijn van de investeringen voor een op continuïteit gericht biologisch bedrijf.
Lees meer in ASG Rapport 'Huisvestingskosten biologische varkenshouderij'