Raalte - Onderzoek - Mogelijkheden ter verbetering van de resultaten van biologische vleesvarkens

De biologische varkenshouderij kent door de eisen die aan deze vorm van varkenshouderij worden gesteld een aantal specifieke knelpunten. Een ervan is de slachtkwaliteit van biologische vleesvarkens. In de praktijk blijkt dat circa 20 tot 25% van de biologisch gehouden vleesvarkens type B (of C) heeft. Ook valt het mager vleespercentage van deze varkens nog wel eens tegen. Door verandering van berenlijn (met name een zuivere of gekruiste Piétrain-eindbeer als vaderdier) en/of aanpassing van de voerstrategie (gescheiden mesten, beperkt voeren, speciale borgenvoeders) streeft men naar een zo gunstig mogelijke slachtkwaliteit. Niet al deze aanpassingen zijn voor iedere biologische varkenshouder even gunstig of (op redelijke termijn) te realiseren.

Opvallend is dat een aantal biologische bedrijven op een goed niveau draait, en er bij andere duidelijk meer problemen voorkomen. In de praktijk blijkt er grote variatie te zijn in de huisvesting, verzorging, voerstrategie, gezondheidsmanagement en resultaten van biologische varkens. Op 18 biologische varkensbedrijven is geïnventariseerd welke factoren van invloed zijn op met name de slachtkwaliteit van vleesvarkens, en daarnaast op technische resultaten en gezondheidsproblemen. Omdat ook de vermeerderingsfase van invloed kan zijn op de slachtkwaliteit, is ook hier aandacht aan besteed. Nagegaan is of er relaties zijn tussen bedrijf- en managementaspecten enerzijds en technische resultaten, slachtkwaliteit, karkas- en orgaanbemerkingen, gezondheidsproblemen en uitval anderzijds. Op basis van deze observationele studie is het, mede door het geringe aantal bedrijven, echter niet altijd mogelijk om ‘oorzaak’ en ‘gevolg’ te onderscheiden. Er zal daarnaast zeker sprake zijn van onderlinge samenhang tussen de verschillende aspecten.

Op basis van deze inventarisatie is samenhang gevonden tussen een aantal bedrijf- en managementaspecten met technische resultaten, slachtkwaliteit, gezondheidsproblemen en/of karkas- en orgaanbemerkingen. Een aantal aspecten heeft betrekking op de vermeerderingsfase, andere op de vleesvarkenfase. Aspecten in de vermeerderingsfase die een gunstige invloed lijken te hebben zijn:

  • het aanwezig zijn van een extra verwarmingsmogelijkheid, met name vloerverwarming, in de kraamstal (biggennest) naast een biggenlamp;
  • bij het bijvoeren van de zuigende biggen beginnen met een melkkorrel of een speenvoer in plaats van een biggenopfokkorrel;
  • één rij kraamhokken in een kraamopfokafdeling in plaats van twee rijen tegenover elkaar;
  • het na iedere ronde ontsmetten van de kraamhokken;
  • het samenvoegen van maximaal twee tomen bij het spenen;
  • het bij het spenen sorteren van de biggen op gewicht en achterblijvers apart huisvesten;
  • een royale hoeveelheid stro in het biggenopfokhok;
  • luchtafvoer in de biggenopfokafdelingen via (ondersteuning van) een ventilator;
  • het na iedere ronde ontsmetten van de biggenopfokafdelingen;
  • het ontwormen van de biggen bij spenen door een injectie te geven met een middel met ivermectine.

Aspecten in de vleesvarkenfase die een gunstige invloed lijken te hebben zijn:

  • het minimaal eenmaal per jaar reinigen van de vleesvarkenshokken;
  • het realiseren van minimaal één eetplaats per tien dieren in het vleesvarkenshok;
  • duidelijk van elkaar gescheiden vleesvarkenafdelingen;
  • een groter aandeel dichte vloer, met name in de binnenruimte (meer dan 80%);
  • bij een onderkruip in de vleesvarkenshokken extra alert zijn op dieren met gezondheidsproblemen die hieronder wegkruipen, en op de hygiëne onder de onderkruip.

Op basis van deze inventarisatie op biologische bedrijven komt tot uiting dat de kwaliteit van de vleesvarkens mede beïnvloed wordt in de vermeerderingsfase. Een aantal managementaspecten, zoals voerstrategie en hygiëne, kunnen vermeerderaars en vleesvarkenhouders vrij snel toepassen of aanpassen. Aspecten gerelateerd aan de bedrijfsuitrusting, zoals hokgrootte, al dan niet gescheiden afdelingen en klimaatregeling, zijn lastiger te realiseren. Dit hangt niet alleen samen met de benodigde investeringen, maar ook met de regelgeving voor biologische varkenshouderij.

  
Print deze pagina