Raalte - Onderzoek - Visie gezondheid en welzijn biologische landbouwhuisdieren

Aan veehouders is gevraagd hen mening te geven over aspecten van diergezondheid en welzijn van biologisch pluimvee, varkens geiten en rundvee aan de hand van stellingen. De meningen en opmerkingen zijn door veehouders gegeven op sectorbijeenkomsten, terwijl rundveehouders ook per mail of telefonisch reageerden. De visie is in een algemeen deel samengevat en daarnaast in een aantal specifieke aspecten apart voor de vier sectoren.

Gezondheid is het zich kunnen handhaven in de koppel, voldoende voer opnemen en natuurlijk gedrag vertonen. Dat is meer dan het afwezig zijn van een lichamelijke of geestelijke ziekte of aandoening. Ondanks meer regelgeving gericht op welzijn zijn in de biologische veehouderij de diergezondheid en het dierwelzijn niet per definitie goed. Maatregelen in de huisvesting en de inrichting van uitlopen, een adequate voeding en verzorging, maar ook de omgang van de veehouder met zijn dieren zal aan diergezondheid en welzijn moeten bijdragen. Waar dat te wensen overlaat, zal de controle-instantie veehouders moeten stimuleren en zonodig dwingen verbeteringen te realiseren.
In gesprekken met veehouders blijkt dat bij alle diersoorten de weerstand tegen ziekten een cruciale rol speelt bij gezondheid en welzijn van de dieren. Bij dieren die, gezien hun leefomstandigheden, voldoende gelegenheid zouden moeten hebben om weerstand op te bouwen, moet veel aandacht erop gericht zijn dat dat ook daadwerkelijk gebeurt. Voor dieren die nauwelijks gelegenheid krijgen weerstand op te bouwen (omdat ze niet oud genoeg worden) of voor ziekten die dieren niet zelf kunnen overwinnen of grote economische schade opleveren, moet met behulp van vaccinaties specifieke weerstand bereikt worden.

In de fokkerij is ruimte om, naast selectie op productiekenmerken, ook op gezondheidskenmerken te selecteren. Unaniem is men van mening dat probleemloos produceren ten koste mag gaan van enige productie, waarbij de verwachting is dat het ten goede komt aan de economie van het bedrijf en de gemoedsrust van de veehouder. Een bedrijfseigen opfok heeft de voorkeur boven het aankopen van dieren, omdat dieren weerstand kunnen opbouwen tegen kiemen die op het eigen bedrijf aanwezig zijn. In dit verband is het gesloten houden van het bedrijf (vooral voor dieren) van belang. De biologische landbouw streeft naar contact met de consument waarbij juist openheid past. Bij voldoende weerstand van het vee denken veehouders, ook zonder uiterste hygiëne te betrachten, insleep van ziekten door contacten met buitenstaanders en versleep van ziekten binnen het bedrijf, binnen de perken te kunnen houden.

Voorkòmen van ziekten heeft de voorkeur boven behandelen. Als een dier ziek is, moet het de gelegenheid krijgen zelf te herstellen. Afhankelijk van de diersoort, de aard van der ziekte en het risico op infectie van koppelgenoten, wordt die gelegenheid gedurende kortere of langere tijd gegeven. Genezen kan met lijden gepaard gaan. Nodeloos lijden echter, moet voorkomen worden door effectieve behandelingen. Aspecten bij nodeloos lijden zijn de hevigheid en de duur van de pijn, de prognose voor het dier, blijft het dier eten en drinken, kan het zich handhaven in de koppel en heeft het nog reserves. Behandelingen moeten effectief zijn en in het uiterste geval kan dat ook een behandeling met antibiotica zijn. Meer aandacht voor alternatieve en complementaire geneesmiddelen en behandelingen is weliswaar nodig in het onderzoek, maar experimenteren op praktijkbedrijven met niet-geregistreerde middelen hebben niet de voorkeur. Met niet-geregistreerde middelen worden overigens niet alleen de ‘complementaire’ middelen bedoeld, maar ook gangbare middelen die bijv. voor melkkoeien wel als geneesmiddel geregistreerd zijn, maar niet voor geiten (vanwege de kosten van de registratieprocedure), maar die naar verwachting voor geiten net zo goed effectief kunnen zijn. Dit type middelen zou gemakkelijker geregistreerd moeten kunnen worden. Maatregelen ter preventie en behandelingen volgens een vooraf op het bedrijf afgestemd plan dragen positief bij aan een goede gezondheid en welzijn van de dieren. Hetzelfde geldt voor gedragscodes voor veehouders die voorschrijven hoe te handelen bij een aantal specifieke gezondheids- en welzijnsproblemen die gepaard gaan met verminderd welzijn. Het monitoren van zoönoses maakt daarvan onderdeel uit, omdat in ieder geval een voor de consument veilig product geleverd moet worden.

Zelfvoorziening op het gebied van zelf voer verbouwen en de regelgeving voor biologisch voer, mogen het welzijn van het vee niet belemmeren; voor varkens (aminozuren), kippen (aminozuren) en geiten (krachtvoer) is daaraan moeilijker te voldoen dan bij rundvee.
Onafhankelijke adviseurs met een brede kennis van zaken van de biologische bedrijfsvoering zijn nodig om bedrijfsblindheid te voorkomen.

Lees meer in het ASG rapport 'Visie gezondheid en welzijn biologische landbouwhuisdieren'

  
Print deze pagina