Gezondheid veestapel lagekostenbedrijf

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Archief
  Nieuws
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2011
  Agenda
  RSS

4 jul 2005
Onderdeel: Animal Sciences Group

Inmiddels werkt het lagekostenbedrijf twee jaar met de nieuwe veestapel en zijn twee volledige stalseizoenen en één weideseizoen doorlopen. Zowel de Holsteins als de Montbeliardes hebben, in vergelijking met de vorige veestapel en in vergelijking met de andere proefbedrijven, een goede uiergezondheid en vruchtbaarheid. Ondanks de lage krachtvoergift komen stofwisselingsproblemen weinig voor, de Montbeliardes lijken minder gevoelig voor melkziekte dan de Holsteins. Been- en klauwproblemen komen zowel in de stal- als de weideperiode vrij vaak voor, maar er worden desondanks weinig dieren afgevoerd. Binnenkort wordt ingegaan op de veekosten voor de beide groepen dieren.

Tabel 1 Aantal ziektegevallen en afvoer per categorie per rasgroep per seizoen (30 HF- 30 MB)

  Winter 2003/2004 Zomer 2004 Winter 2004/2005
  HF MB HF MB HF MB
Stofwisselingsstoornis 5 1 1 3 8 2
Mastitis 3 3 3 - - 2
Geslachtsorganen 3 2 2 5 6 3
Benen en klauwen 20 43 16 20 20 26
Afvoer 3 2 3 2 3 1

Bedrijfsboer Roel Withaar stelt “mijn koeien moeten zich aan kunnen passen aan het bedrijfssysteem, de bedrijfsvoering moet niet worden aangepast aan de koeien”. Omdat de oude Holstein veestapel zich onvoldoende kon aanpassen is in 2003 gezocht naar dieren die beter passen in een bedrijf waar weinig krachtvoer gevoerd wordt en waar een lage veevervanging wordt nagestreefd. De resultaten van de nieuwe veestapel zijn tot dusverre bemoedigend. Stofwisselingsproblemen komen op het lagekostenbedrijf gemiddeld ongeveer even vaak voor als op de andere proefbedrijven, maar er is wel een verschil tussen de beide rasgroepen. Bij de Holsteins betreft het meestal melkziekte. De Montbéliardes hebben hier minder last van, maar in de zomer van 2004 waren er enkele dieren met slepende melkziekte. Mastitis en stoornissen aan de geslachtsorganen komen op het lagekostenbedrijf in vergelijking met de meeste andere proefbedrijven weinig voor. Er is voor deze aandoeningen geen wezenlijk verschil tussen de beide rasgroepen en tussen stal- en weideperiode. Er lijkt geen groot verschil te bestaan in de incidentie van klauwproblemen tussen de zomer en de winter, maar opvallend is wel dat het aantal been- en klauwproblemen bij de Montbéliardes met name in het eerste stalseizoen zeer hoog was.

In vergelijking met de andere proefbedrijven komen klauwproblemen op het lagekostenbedrijf vaak voor. Daarbij is het opvallend dat vooral bij de Montbeliardes een aantal dieren regelmatig iets aan de klauwen mankeert, waardoor het percentage been- en klauwproblemen zeer hoog is. Ongeveer 40% van de Holsteins en 20% van de Montbeliardes heeft geen klauwproblemen gehad in de beschouwde periode. Desondanks zijn weinig dieren vanwege klauwproblemen afgevoerd. Het vervangingspercentage is gemiddeld <20%, vooral bij de Montbéliardes zijn weinig dieren afgevoerd (5 op gemiddeld 29 dieren in anderhalf jaar).

 


Print nieuwsbericht