De veestapel van het Lagekostenbedrijf bestaat sinds de zomer van 2003 voor de helft uit Montbéliardes en voor de andere helft uit Holsteins. Onderzocht wordt onder andere welk type koe economisch gezien het beste past bij de omstandigheden op het Lagekostenbedrijf. Inmiddels hebben we de eerste voorlopige resultaten. Die geven aan dat er op enkele punten duidelijke verschillen zijn tussen de beide groepen koeien. Volgens verwachting produceren de Holsteins meer melk met een iets hoger vetgehalte en lager eiwitgehalte (23,7 kg melk met 4,57% vet en 3,46% eiwit resp. 22,9 kg melk met 4,35% vet en 3,49% eiwit). De diergebonden kosten en opbrengsten per 100 kg melk staan in de onderstaande tabel.
Tabel Diergebonden kosten en opbrengsten Lagekostenbedrijf augustus 2003 - juni 2004 (€/100 kg melk)
|
Montbéliarde |
Holstein |
|
Kosten gezondheid en vruchtbaarheid |
2,20 |
1,25 |
| Arbeidskosten behandelingen |
0,30 |
0,18 |
| Totale kosten |
2,50 |
1,43 |
| Opbrengsten verkoop kalveren |
3,06 |
1,85 |
|
Opbrengsten verkoop kalveren |
0,56 |
0,42 |
Tegen de verwachting in waren de gezondheidskosten en bijbehorende arbeidskosten bij de Montbéliardes hoger dan bij de Holsteins. Dit vooral als gevolg van problemen met klauwen en beenwerk, maar ook door duurder sperma. Stofwisselingsproblemen kwamen bij de Montbéliardes in tegenstelling tot de Holsteins nauwelijks voor. De hogere kosten werden echter meer dan goed gemaakt door hogere opbrengsten van de verkochte kalveren, waardoor de netto veeopbrengst per 100 kg melk voor de Montbéliardes hoger was dan voor de Holsteins. Deze cijfers zijn echter nog voorlopig. Zo hebben we onder meer nog geen goed beeld van de vruchtbaarheid van de beide groepen koeien en hebben de cijfers betrekking op een gewenningsperiode.