Schelpdieren zoals mosselen en oesters zijn voor veel mensen een delicatesse en bovendien gezond om te eten. Echter, van tijd tot tijd kunnen van nature voorkomende gifstoffen zich ophopen in schelpdieren. Die gifstoffen, aangeduid met de naam biotoxinen, kunnen aanwezig zijn in specifieke algensoorten. De schelpdieren die de algen als voedsel gebruiken, krijgen met de algen ook de gifstof binnen. Vervolgens kan ook de consument na het eten van schelpdieren deze toxinen naar binnen krijgen. De effecten van de biotoxinen op de mens zijn in drie groepen in te delen: diarretisch, paralytisch en amnesisch scheldiergif. Tot nu toe komt alleen van tijd tot tijd (gemiddeld eens per 3 of 4 jaar) de eerste, diarree veroorzakende vorm in Nederland voor. De tweede vorm (paralytisch) veroorzaakt verlammingsverschijnselen en komt soms op andere plaatsen in Europa voor. De derde vorm (amnesisch) veroorzaakt in eerste instantie geheugenverlies, maar heeft enkele jaren geleden een aantal dodelijk slachtoffers gemaakt in Canada.