Het netwerk co-vergisting heeft tijdens een gezamenlijke vergadering met de voorzitter van de Werkgroep Duurzame Energie van LTO Nederland de dossiers met knelpunten rondom co-vergisting overgedragen. De knelpunten lagen op vlak van mestbeleid, vergunningen en subsidies. LTO kan hiermee de belangenbehartiging op het gebied van mestvergisting verder vorm geven.
Afgelopen 1,5 jaar heeft het netwerk co-vergisting zich als belangbehartiger op het vlak van co-vergisting opgeworpen. Een belangrijk resultaat dat landelijk veel aandacht heeft gekregen was de knelpuntennotitie die januari 2005 is uitgebracht. De knelpunten die hierin genoemd staan zijn op dit moment nog steeds belangrijke obstakels. Een aantal genoemde knelpunten zijn daarna nog verder uitgediept. Dit betreft onder andere de manier waarop de onrendabele top (de basis van de MEP subsidie) wordt vastgesteld. Het netwerk co-vergisting heeft gepleit voor een eigen categorie binnen de MEP subsidie, maar die is er tot op heden nog niet. Dit staat een brede introductie van mestvergisting vanwege de rentabiliteit nog in de weg. Ook blijkt de tijdsduur van uitbetaling van de MEP subsidie in de praktijk vaak langer dan de wettelijk vastgelegde maximum termijn van 30 dagen te zijn.
Het netwerk co-vergisting heeft alle dossiers en documentatie overgedragen aan LTO, zodat die verdere acties die uit de knelpunten van het netwerk voorkomen op kunnen pikken. Hiermee stopt het netwerk co-vergisting met bestaan. Inmiddels hebben 4 van de netwerkers een vergistingsinstallatie staan, en hebben een groot aantal netwerkers zich in 2006 weer verenigd in andere netwerken. Zo is er onder andere een netwerk Vergisting Zuid-Nederland, bestaande uit de 4 veehouders met draaiende vergistingsinstallaties.