Brazilië is de vierde grootste mondiale producent van varkensvlees met 33,9 miljoen slachtingen in 2004 met een zeugenstapel van naar schatting 2,4 miljoen dieren. De professionele varkenshouderij kenmerkt zich door een sterk geïntegreerde ketenstructuur met een paar grote spelers die naast varkens ook veelal pluimvee en/of rundvee produceren. In hoeverre deze bedrijven geïntegreerd zijn verschilt per integratie. Daarnaast kan het zijn dat een integratie wordt gerund als private onderneming of als coöperatie. De integraties verkopen hun producten veelal onder hun eigen merknaam, zijn sterk exportgericht en willen graag de markt van de Europese Unie veroveren.
Sterke kanten van de Braziliaanse varkenshouderij zijn: efficiënte en slagvaardige productie, lage kostprijs, sterke productmarketing door integraties, ready-to-use logistiek netwerk vanuit export van pluimveevlees, en volop ruimte voor uitbreiding in de toekomst. Zwakke punten hebben betrekking op de matige infrastructuur, de beperkte mogelijkheden voor kredietverlening, sterke afhankelijkheid van maïs- en sojaproductie, export die overwegend gericht is op één land (Rusland), het ontbreken van aan goed functionerend I&R-systeem, en een veterinair controle- en certificeringsysteem dat in de ogen van de EU onvoldoende is.
In opdracht van het Productschap Vee en Vlees inventariseerde de Animal Sciences Group de Braziliaanse varkenshouderij met haar sterke en zwakke punten. Hieruit kan de Nederlandse varkenssector mogelijk weer lering uit trekken en haar eigen concurrentiepositie verbeteren.
Download hier het rapport “Varkenshouderij in Brazilië – Sterke integraties en stevige merken”.