Veel graan in het rantsoen over een langere periode op Aver Heino onderzocht

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Archief
  Nieuws
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2011
  Agenda
  RSS

14 mrt 2006
Onderdeel: Animal Sciences Group

Op Aver Heino loopt komende tijd een voederproef met melkvee, om effecten van grote graangiften over een langere periode te bekijken. In de proef wordt gemalen tarwe gevoerd zowel met als zonder extra eiwitaanvulling. Bij een aantal dieren wordt de graan/krachtvoer verhouding individueel geoptimaliseerd voor een beter rendement.    

Graan voeren is al een aantal jaren een belangrijk voedingsthema op Aver Heino. Vorig jaar werd een experiment uitgevoerd waarin de graangift stapsgewijs werd verhoogd tot 6 kg per koe. In die proef werd het lage eiwitgehalte van graan gecompenseerd door extra eiwit uit krachtvoer. Het verschil tussen geplette en gemalen tarwe kwam duidelijk tot uitdrukking in de voeropname. Voeren van geplette tarwe resulteerde in een lagere voeropname. Voor gemalen tarwe gold dat niet, de voeropname nam nauwelijks af in vergelijking met krachtvoer.  

Bij vervanging van krachtvoer door graan is veelal eiwitaanvulling nodig om op de eiwitnorm (DVE norm) te voeren. Biologische eiwitrijke krachtvoergrondstoffen zijn echter duur. Daarmee wordt het voordeel van extra graan deels te niet gedaan door extra voerkosten. Voeren onder de DVE norm hoeft echter niet ten koste te gaan van de productieresultaten. Dit bleek uit eerder onderzoek op Aver Heino. Dat biedt perspectief voor graan.  

Het graanonderzoek krijgt nu vervolg waarbij twee aspecten bijzondere aandacht krijgen:

1. Langere termijn effecten van het voeren van gemalen tarwe.

2. Krachtvoer vervangen door gemalen tarwe zonder eiwitaanvulling. 

Veel graan voeren wordt nog wel eens in verband gebracht met klauwgezondheid. Met name klauwbevangenheid zou meer voorkomen. Tijdens de proef wordt de klauwgezondheid nauwlettend gevolgd, zowel bij de dieren die veel als bij de dieren die weinig graan krijgen.  

In het tweede aspect wordt de vergelijking gemaakt tussen voeren op twee eiwitniveaus. Het eiwittekort dat ontstaat doordat krachtvoer wordt vervangen door graan wordt niet aangevuld. De ‘winst’ met graan zou dan moeten komen uit een betere eiwitbenutting. Overigens moet de OEB voorziening ruim voldoende zijn.  

Bij een aantal dieren uit de proefgroep gaat gezocht worden naar een optimale verhouding tussen graan en krachtvoer. Ongetwijfeld zijn er grote individuele verschillen tussen dieren voor wat betreft de hoeveelheid graan die ze aankunnen. Bij deze dieren wordt de graan/krachtvoergift verhoogd zolang er voldoende respons (melk) tegenover staat. Daarbij wordt ook de verhouding tussen graan en krachtvoer per koe geoptimaliseerd. In de praktijk biedt dit mogelijkheden voor een beter rendement wanneer individueel voeren in krachtvoerboxen of automatisch melksysteem mogelijk is.


Print nieuwsbericht