Melkveehouders denken dat zij zelf ook in de toekomst beweiding goed kunnen inpassen in de bedrijfsvoering van hun bedrijf. Maar zij verwachten dat de trend naar permanent opstallen doorzet, tot wel 28% van de bedrijven en 57% van de melkkoeien in 2016. Om mogelijkheden voor beweiding te kunnen realiseren zijn een grotere betrokkenheid van alle partijen uit de sector en een gezamenlijke visie op het belang van weidegang nodig. Dit blijkt uit een recent onderzoek onder 600 melkveehouders.
Steeds meer melkveehouders houden hun melkkoeien in de zomer op stal. Tien jaar geleden lag het percentage op ongeveer 5%, dit jaar op circa 13% en zonder aanvullende maatregelen verwachten melkveehouders dat het oploopt tot 28% van de bedrijven en 57% van de koeien in 2016. Binnen deze landelijke trend naar permanent opstallen zijn er grote verschillen tussen regio.s en bedrijven. Zo loopt in West- Nederland de gemiddelde koe 2,5 keer zo veel in de wei als in Brabant of Limburg. En houden bedrijven met een kleine huiskavel, grote koppel, hoge melkproductie en/of een melkrobot hun melkkoeien vaker op stal. Maar op de meeste van deze bedrijven met moeilijke omstandigheden krijgen de melkkoeien wel weidegang. Van deze veehouders is nog veel te leren.
Melkveehouders beleven beweiding en permanent opstallen heel verschillend. Zo vindt ongeveer de helft van de melkveehouders dat beweiding positief is voor het milieu, de ammoniakemissie en de arbeidsbehoefte, en dat melkkoeien op een betonnen stalvloer goed uit de voeten kunnen. De andere helft van de melkveehouders vindt precies het tegenovergestelde. Uit dit onderzoek blijkt dat de beleving van melkveehouders gerelateerd is aan het al dan niet weiden van de melkkoeien en soms gebaseerd is op een onjuiste interpretatie van informatie. Het project Koe & Wij wil met communicatie bijdragen aan betere kennis van beweiding.
Om melkveehouders bewust te laten kiezen voor wel of niet weiden en te enthousiasmeren voor weidegang, is een brede inzet van instrumenten en een grotere betrokkenheid van partijen nodig. Naast de communicatie vanuit Koe & Wij vragen melkveehouders onder andere ook om ander mestbeleid, kavelruil, hogere melkprijs voor weidemelk en subsidie op weidegang. Om al deze instrumenten in te kunnen zetten is een actieve rol van overheden, belangenorganisaties, leveranciers, financiers en zuivelindustrie nodig.
Het communicatieproject Koe & Wij is een gezamenlijk initiatief van ministerie LNV, LTO, NZO, CBL, Natuur en Milieu en Dierenbescherming. Koe & Wij is gericht op melkveehouders om hen een bewuste afweging en keuze te laten maken voor wel of niet weiden en te enthousiasmeren voor weidegang door het bieden van technische en economische oplossingen voor knelpunten bij weidegang en aandacht voor de maatschappelijke kant van weiden. Projectleider van Koe & Wij is Bert Philipsen van de Animal Sciences Group van Wageningen UR.
Voor meer informatie over dit nieuwsbericht kunt u contact opnemen met Frits van der Schans, CLM Onderzoek en Advies.