Uit onderzoek van Wageningen UR blijkt dat welzijnsvriendelijke huisvestingsystemen niet minder, maar ook niet veel meer gevaar voor de voedselveiligheid opleveren. Mits er voldoende maatregelen zijn genomen om de extra besmettingsrisico’s te beperken. Naast beperken van contacten met wilde dieren is voorlichting aan detailhandel, horeca en consumenten belangrijk bij het voorkomen van besmetting tijdens opslag, bewaring en bereiding van voedsel.
Meer welzijnsvriendelijke systemen komen beter tegemoet aan dierenwelzijn en maatschappelijke acceptatie van dierlijke productiesystemen. Daarnaast is er een vermoeden dat dieren uit welzijnsvriendelijker systemen meer weerstand tegen ziekten kunnen opbouwen. Maar meer extensieve systemen met buitenuitloop hebben een groter risico voor besmetting van buitenaf of vanuit de bodem. Dit kan risico's voor volksgezondheid of voedselveiligheid met zich meebrengen.
De Wageningen-UR instituten Animal Sciences Group (ASG) in Lelystad en Agrotechnology & Foodinnovations (A&F) in Wageningen hebben samen een rapport geschreven over de spanningsvelden tussen meer welzijnsvriendelijke welzijnssystemen en aspecten van voedselveiligheid. 'Nieuwe' welzijnssystemen zijn beoordeeld ten opzichte van gangbare systemen. In het verschenen rapport staat de meest recente kennis over voedselveiligheid in relatie met welzijnsaspecten van houderijsystemen voor pluimvee, varkens en vleeskalveren
Enkele conclusies uit het rapport
Een onoverdekte, niet afgesloten buitenuitloop is niet verenigbaar met de eis vanuit volksgezondheid en voedselveiligheid dat er geen contact mag zijn tussen gehouden dieren en wilde fauna. Aviaire influenza kan via wilde watervogels worden overgedragen naar commercieel gehouden pluimvee met buitenuitloop en vervolgens naar de mens. Via monitoring, gerichte maatregelen bij besmetting en het minimaliseren van contactmogelijkheden met wilde watervogels in de uitloop is het risico te beperken.
Ten opzichte van binnenhuisvesting, kunnen kippen in een onverharde uitloop uit de grond teveel dioxine opnemen die weer in de eieren terecht kan komen. Met managementmaatregelen om de grondopname te verminderen, kan die dioxine opname voldoende beperkt worden. Zowel in reguliere als in meer welzijnsvriendelijke houderijsystemen voor vleeskuikens is Campylobacter een lastig te beheersen probleem. Het besmettingsniveau is op korte termijn alleen te reduceren door maatregelen verderop in de keten en bij de consument. Voor 100% veilige producten voldoen zowel reguliere systemen als de meer welzijnsvriendelijke systemen niet. Het blijft altijd noodzakelijk om verderop in de keten en bij de consument maatregelen te nemen. (Risico)communicatie naar de consument moet specifieker zijn, zodat consumenten een bewuste afweging kunnen maken tussen verschillende aspecten van het product (o.a. veiligheid, dierenwelzijn). De consument heeft nadrukkelijk een eigen verantwoordelijkheid voor een goede bewaring en bereiding van voedingsmiddelen, aangezien men daarmee een belangrijk deel van de risico's kan wegnemen.
Gratis downloaden rapport inventarisatie welzijnsvriendelijke huisvesting en voedselveiligheid
Het rapport is hier gratis te downloaden.
De studie naar voedselveiligheidsaspecten van meer welzijnsvriendelijke huisvesting is in opdracht van het Ministerie van LNV binnen het programma Verantwoorde Veehouderij uitgevoerd.