Maaien met een klepelmaaier tot 6 cm stoppel geeft een betere benutting van gras in het najaar dan weideresten verwijderen of niets doen. Klepelen geeft een vergelijkbare grasbenutting met weiden op etgroen. Laat maaien in het najaar (eind augustus/half september) geeft de beste grasbenutting in het late najaar.
Dit concludeert onderzoeker Gertjan Holshof van de Animal Sciences Group van Wageningen UR uit zijn onderzoek naar de mogelijkheden om de benutting van herfstgras te vergroten.
Benutting van het gras in de periode augustus tot november is een probleem voor melkhouders in zuivere veenweidegebieden (30% van de Nederlandse melkveehouderijbedrijven). In het najaar is het gras in deze gebieden minder smakelijk, de koeien nemen minder op, er blijft meer gras achter (grote weiderest en hogere beweidingverliezen), de koeien produceren minder melk en het saldo voor de melkveehouder valt hierdoor tegen.
De onderzoekers hebben economisch doorgerekend dat weiden op etgroen de grasopname weliswaar verbetert, maar dat de melkveehouder hogere loonwerkkosten heeft voor het inkuilen, voeren en mest uitrijden. De effecten van het toepassen van andere grassoorten bleken minimaal. Een opener zode (door gebruik van tetraploïde rassen) en de nieuwere rietzwenkgrassen bieden enig perspectief.
In veldproeven zijn diverse maaihoogtes en maaimethoden onderzocht. Ook is gekeken naar het effect van het wel of niet verwijderen of verspreiden van mestflatten. Door het verwijderen van de mestflatten in het najaar waren er minder bossen, maar dit gaf geen verhoogde grasopname. Voor de praktijk is verwijderen van mestflatten nog geen optie, omdat er nog geen praktijkmethode is om de mest daadwerkelijk te verwijderen (mechanisch), zonder het gras teveel te besmeuren.
Het klepelen van de weiderest vanaf augustus op een hoogte van 6 cm gaf een betere grasopname in een vervolgbeweiding dan maaien met een graslandbloter, mits dit klepelen op tijd (dus na elke beweiding) plaatsvindt. Het resultaat is dan vergelijkbaar met weiden op etgroen.
Het onderzoek is gefinancierd door het Productschap Zuivel (PZ).
De complete resultaten van de proef staan in rapport 06.