Jonge hennen die bij het begin van de legperiode laag energievoer krijgen hebben vergelijkbare of zelfs betere dierprestaties dan hennen met standaard energie- en vezelgehalte. Dat blijkt uit een onderzoek van de Animal Sciences Group van Wageningen UR tijdens de eerste acht weken van de legperiode. Tijdens de proef bleek verder dat hennen die vezelrijk voer krijgen meer tijd besteden aan voeropname en dat ze een hoger spiermaaggewicht en spiermaaginhoud hebben. Dat de kans op verenpikken en kannibalisme hierdoor kan afnemen is bekend uit de literatuur.
In het onderzoek werden verdunde voeders vergeleken met onverdund gangbaar legvoer (11,8 MJ/kg, 6,7 g darmverteerbaar lysine/kg). Het voer werd 10% verdund; de helft van de voeders met vezelarm verdunningsmateriaal zoals zand en maagkiezel en de andere helft met vezelrijke grondstoffen zoals haverdoppen met een hoog aandeel lignine, bietenpulp met veel pectine en sojahullen en arbocel die juist rijk zijn aan cellulose.
Leghennen compenseren de opname van verdund voer, zowel vezelarm en vezelrijk, door ongeveer een 10% hogere voeropname. De vorm (meel of kruimel) en de maalfijnheid van het voer hadden geen invloed op de voeropname.
Jonge hennen kunnen aan het begin van de legperiode hun voeropname sturen op basis van het energiegehalte van het voer. Energiearm voer (met of zonder vezels) geeft een hogere voeropname in vergelijking met gangbaar voer. De energieopname is voor beide groepen gelijk, terwijl ook de legprestaties niet van elkaar verschilden in beide groepen. Tijdens de proef kwam kannibalisme en verenpikken nauwelijks voor. Toch zijn er aanwijzingen dat het verstrekken van verdund voer met zand of vezels gunstig werkt tegen verenpikken. De hennen uit de proefgroep besteden meer tijd aan het vreten en tegelijk stimuleerde vezelrijk of grof gemalen voer ook de ontwikkeling van de spiermaag. Uit de literatuur is bekend dat een langere eettijd en een betere spiermaagontwikkeling gunstig zijn voor het voorkomen van verenpikken en kannibalisme.
Het onderzoek naar verdund voer voor jonge hennen is gefinancierd door het Productschap Diervoeder en Productschap Pluimvee en Eieren. Dit onderzoek is onderdeel van een groter project rond het thema voeding en verenpikken.
De complete resultaten van de proef staan in rapport 9.