Ook De Marke blij met bedrijfsspecifieke excretie

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Archief
  Nieuws
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2011
  Agenda
  RSS

7 feb 2007
Onderdeel: Animal Sciences Group

De overheid geeft melkveehouders de mogelijkheid om af te wijken van de forfaitaire excretie. Hiervoor is de ‘Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee’ opgesteld. Voor De Marke is van het jaar 2006 een berekening gemaakt van de bedrijfsspecifieke excretie. Voor stikstof is de excretie 12% lager dan de forfaitaire norm en voor fosfaat zelfs 32% lager. Een hoge benutting van de mineralen in de voeding is een belangrijke doelstelling van het bedrijf maar een lagere berekende excretie geeft ook om andere redenen belangrijke voordelen.

Op De Marke wordt op bedrijfsniveau onderzoek uitgevoerd naar het behalen van milieukwaliteitsnormen voor bodem, water en lucht. Om de bemestingsbehoefte en de waterbehoefte van het bedrijf te verminderen is het aandeel grasland kleiner dan op de meeste gangbare melkveehouderijbedrijven op zandgrond. Daar staat tegenover dat een groter aandeel van de bedrijfsoppervlakte in gebruik is als maïs- en graanland. Het gevolg van de uitvoering van het systeemonderzoek is dat het percentage N-behoeftige gewassen maar 60% is en De Marke niet in aanmerking komt voor derogatie. Om het onderzoek niet te verstoren is het aandeel grasland niet gewijzigd en gekozen voor de huur van extra grond om voldoende mestplaatsingsruimte te creëren.

Voor de totale bedrijfsoppervlakte van 55 ha geldt een stikstof plaatsingsruimte van 170 kg/ha. De forfaitaire stikstofproductie is 1590 kg hoger dan de beschikbare plaatsingsruimte. Om deze stikstof te kunnen plaatsen zou 9,5 ha grond nodig zijn. Met de excretiewijzer (beschikbaar op www.koeienenkansen.nl) kan de bedrijfsspecifieke excretie worden berekend. Door gebruik hiervan daalt de stikstofproductie en hoeft er nog maar voor 230 kg stikstof grond gehuurd te worden. Bij toepassing van de bedrijfsspecifieke excretie is nog maar 1,5 ha extra grond nodig i.p.v. 9,5 ha volgens de forfaitaire productie. Dit levert een flink financieel voordeel op omdat minder grond hoeft te worden gehuurd.

Uit de grafiek blijkt dat zowel de forfaitaire fosfaatproductie als de bedrijfsspecifieke fosfaatproductie lager liggen dan de beschikbare plaatsingsruimte. Alle geproduceerde fosfaat kan op de eigen grond worden aangewend. Voor de plaatsingsruimte van fosfaat zijn de normen van 2009 aangehouden (95 kg/ha voor grasland en 80 kg/ha voor bouwland).


De Marke bereikt de lage excretie door een afgepast voermanagement. Hoe wordt dit gerealiseerd?

Het rantsoen van de gehele veestapel bestaat op droge stofbasis voor 35% uit gras en voor 40% uit eigen geteelde maïs (snijmaïs en maïskolvensilage) en gerstsilage. Deze laatste producten kenmerken zich door een laag stikstof en fosforgehalte terwijl met name de maïsproducten een hoge VEM waarde hebben. Producten met een hoge VEM waarde en lage stikstof en fosfor gehalten zijn gunstig bij toepassing van de bedrijfsspecifieke excretie.
Het gemiddelde ruw eiwitgehalte van het gevoerde kuilgras is 176 gr/kg ds. Ondanks dat op De Marke geen kunstmest meer wordt gestrooid is dit niet laag. Oorzaak hiervan is dat al het vee op 1 september wordt opgestald en al het najaarsgras wordt ingekuild. Het eiwitgehalte van dit gras ligt ongeveer op hetzelfde niveau als het voorjaarsgras. Het beperken van de beweiding in het najaar werkt bij toepassing van de bedrijfsspecifieke excretie voor De Marke in haar nadeel door een hoger gemiddeld ruw eiwitgehalte van de graskuilen met als gevolg ook een hogere inschatting van het ruw eiwitgehalte van weidegras.

Het gemiddelde ruw eiwitgehalte van het gevoerde rantsoen voor de gehele veestapel is 150 gr/kg ds. Het jaargemiddelde melkureumgehalte is 17 g/100ml. Bij de forfaitaire excretie van melkkoeien geeft elke punt ureum lager dan 26 een lagere excretie van 1,5 kg stikstof. Hierdoor wordt voor De Marke een lage forfaitaire stikstofexcretie berekend en wordt het moeilijker om met de bedrijfsspecifieke excretie nog lager uit te komen. Toch is dat gelukt. De bedrijfsspecifieke stikstofproductie ligt 12% lager dan de forfaitaire productie. Van het gevoerde eiwit wordt 27% vastgelegd in melk en vlees.

Voor fosfaat zijn de resultaten nog gunstiger. De bedrijfsspecifieke fosfaatproductie ligt 32% lager dan de forfaitaire productie en de fosforefficiëntie in de voeding is 37%. Dit resultaat wordt bereikt door voeding van ruwvoer en krachtvoer met lage fosforgehalte. Omdat nog boven de fosfornorm wordt gevoerd wordt op dit moment gekeken of de input van fosfor in de voeding nog lager kan. De fosfaat balans van het bedrijf komt hierdoor nog beter in evenwicht. Op De Marke wordt gestreefd naar een overschot van 0 kg op de perceelsbalans (aanvoer is gelijk aan afvoer).


Print nieuwsbericht