Het Lagekostenbedrijf heeft 9 jaar lang gewerkt naar een lage kostprijs. De voeding van de koeien stond in dienst van dit doel. De Montbéliarde koeien nemen op stal bijna 17 kg drogestof op. De Holstein Friesian koeien kregen niet meer dan 15 kg krachtvoer per 100 kg melk. Het aantal weidedagen lag de afgelopen jaren rond de 250 dagen.
Veel ruwvoer in de koe
De opzet van het Lagekostenbedrijf is vergelijkbaar met een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. Dit komt neer op een intensiteit van ca 13.000 kg melk per ha. Met deze omvang is er ruimschoots voldoende ruwvoer beschikbaar. Een lage krachtvoergift draagt dan bij aan een hoge ruwvoeropname en voorkomt extra kosten. In de stalperiode 2003/04 namen de Montbéliarde koeien gemiddeld 16,7 kg drogestof uit ruwvoer op en de Holstein Friesians 14,3 kg ds.
Veel weidegang
Dat de koeien zelf het voer ophalen en de mest wegbrengen is erg goedkoop. Ook is de voederwaarde van vers gras hoog. Dit levert een flinke besparing van krachtvoer op. Daarnaast heeft een wijziging in het beweidingsysteem van omweiden naar standweiden tot een flinke besparing in arbeid en loonwerkkosten geleid. Het maaipercentage was in 1998 229% en in 2005 nog maar 134. In 2005 zijn de koeien op 1 april voor het eerst naar buiten gegaan tot en met 10 november.
Voorraadvoedering in de winter
Vanaf de start van het bedrijf is als voersysteem gekozen voor voorraadvoedering. De blokken kuil en mais worden eens in de vijf a zes dagen voor het voerhek gezet. Dagelijks worden de blokken verder naar de koeien geduwd. In 2000 is er tijdens de maïsoogst bestendige soja door de kuil gemengd. Hoe meer gesleutel aan het rantsoen hoe hoger de arbeids- en voerkosten. Daarom is vanaf 2003 de strategie gewijzigd in: “het voer dat we zomers winnen is het rantsoen voor binnen”. Om de verse koeien tegemoet te komen in de energiebehoefte zijn er Calandeurtjes geplaatst waar alleen de hoogproductieve koeien snijmaïs kunnen opnemen. De voerkosten zijn vanaf 1998 naar 2005 gedaald van 3,5 naar 2,6 eurocent per 100 kg melk. De Holstein koeien namen in 2005 14,7 kg krachtvoer per 100 kg melk op en de Montbéliarde koeien 15,7 kg.
Koeien produceren boven verwachting
In de loop van de tijd is het systeem zodanig verandert dat de melkproductie geen doel is om na te streven maar dat de productie een gevolg is van het bedrijfssysteem.De melkproductie en ook de benutting van het aangeboden stikstof zijn vanaf 2003 een gevolg van het bedrijfssysteem. Dit betekent grotere schommelingen in het ureumgehalte. Met name als gevolg van het standweiden dat vanaf 2004 is toegepast. In 2005 was de voorspelde 305 dagen productie van de Montbéliarde koeien 7600 kg melk en de Holstein Friesian koeien 8000 kg melk. De natuurlijke selectie heeft tot 2003 al goede resultaten gegeven met zwartbonte Holstein Friesian koeien. Echter om te zien of minder melktypische koeien beter in dit systeem passen zijn er in 2003 andere koeien op het bedrijf gekomen. De koppel bestaat nu voor de helft uit Montbéliarde koeien en de andere helft is Holstein Friesian koeien.

Figuur 1: Het verloop van het ureumgehalte in de tankmelk vanaf juli 2001 tot december 2006 op het Lagekostenbedrijf.
Conclusie
Werken naar een lage kostprijs, een strategie kiezen om deze te halen en deze consequent uitvoeren, heeft voor het Lagekostenbedrijf tot het gewenste resultaat geleid. Hierbij is het wel belangrijk om te accepteren dat de gewasopbrengsten en de melkproductie per koe niet maximaal zijn. Deze zijn wel passend in het systeem om het inkomensdoel te halen. Dit vraagt van de veehouder duidelijke keuzes. Het systeem aanpassen aan de koe of de koe aan het systeem aanpassen.
Kijk ook eens naar de video van het Lagekostenbedrijf.