“Zorg voor Zand” onderzoekt relatie bodemkwaliteit en opbrengst

  Nieuws
  Agenda
  Nieuwsbrieven
  Archief
  Nieuws
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2011
  Agenda
  RSS

19 feb 2007
Onderdeel: Animal Sciences Group

Het landelijke bodemproject ‘Zorg voor Zand’ start binnenkort met de verwerking van een bijzonder interessante gegevensset die in 2006 is verzameld op praktijkpercelen. Gehoopt wordt dat met deze gegevens de relatie tussen gewasopbrengst en bodemkwaliteit verder inzichtelijk gemaakt kan worden. "Zorg voor Zand" heeft als doel het ontwikkelen van praktische maatregelen om bodemkwaliteit te beïnvloeden, op basis waarvan ook binnen de huidige en toekomstige mestwetgeving voldoende opbrengst en rendement behaald kan worden. Animal Sciences Group (ASG), het Nutriënten Management Instituut (NMI) en het Louis Bolk Instituut (LBI) zijn de drie partners in het vierjarige project dat volledig gefinancierd is door het Productschap voor Zuivel.

Met steeds lagere mestgiften wordt de factor bodemkwaliteit steeds meer bepalend voor de opbrengst. Terecht dat hiervoor de laatste jaren veel aandacht is in de praktijk. Het ontbreekt echter aan kennis en inzicht hoe bodemkwaliteit en daarmee opbrengst op bijvoorbeeld grasland gestuurd kan worden. Het project Zorg voor Zand is er op gericht deze kennislacune voor een deel te dichten.

In 2006 is op 20 praktijkpercelen een groot aantal metingen gedaan aan bodemkwaliteit en gewasopbrengst. 10 percelen lagen op zandgronden in Overijssel (rond praktijkcentrum Aver Heino) en 10 op zandgronden in Brabant (rond praktijkcentrum Vredepeel). De 20 percelen lagen op 10 bedrijven. Op ieder bedrijf was op basis van de ervaring van de veehouder en een visuele beoordeling (wortels, structuur en wormgaten) een ‘goed’ en een ‘slecht’ perceel uitgekozen. In 2004 en 2005 zijn in diverse bestaande veldproeven een groot aantal metingen aan potentiële nieuwe bodemindicatoren (waaronder bacteriën, schimmels, wormen, nematoden, BFI en kwaliteit organische stof) uitgevoerd. Op basis van die metingen zijn de meest kansrijke indicatoren geselecteerd. Deze zijn in 2006 gemeten op de praktijkpercelen. Inclusief de gemeten opbrengstgegevens moet het mogelijk zijn om de relatie tussen diverse indicatoren en de opbrengst verder inzichtelijk te maken. Het project levert verder streefwaarden op voor de nieuwe indicatoren, en resulteert naar verwachting in een nieuwe parameter die kosteneffectief en routinematig in een laboratorium gemeten kan worden. De eindresultaten van het project worden begin 2008 opgeleverd.


Print nieuwsbericht

Meer over dit onderwerp
Contact
Animal Sciences Group
Bert Philipsen
0320 – 293 449
bert.philipsen@wur.nl
»  meer Contact