Het opwarmen van broedeieren heeft positieve kanten, maar ook enkele aandachtspunten. Positief is dat de overleving van met name embryo’s hoger is, en dat het schadelijke effect van langere bewaartijden op vleeskuikenprestatie minder wordt. Op slachtrendement had het opwarmen weinig effect. Dit blijkt uit onderzoek van de Animal Sciences Group van Wageningen UR, met inbreng van diverse externe partijen zoals EMKA broedmachines, Moonen en Wagemans Kuikenbroeders BV, het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) en de Limburge Land- en Tuinbouwbond (LLTB).
Monkey proof
Een belangrijk aandachtspunt voor de opwarmtechniek is het voorkomen van eieren met barsten, vertelt onderzoeker Sander Lourens. “Het opwarmen is een extra handeling, en dat kan barsten veroorzaken. Dit is zeker het geval in eieren van oudere moederdieren die langer worden bewaard. Ook kost het opwarmen van de broedeieren energie in de vorm van water en elektriciteit, en moet men extra arbeid verrichten om de eieren in de broedmachine te zetten en er later weer uit te halen.” In beide proeven die zijn uitgevoerd werden de eieren maximaal 4 uur bij broedtemperatuur opgewarmd. Het is bekend dat een langere opwarmduur schadelijk kan zijn voor de broedresultaten. Lourens: “Wanneer men zo’n techniek in de praktijk toepast, zal deze geheel ‘monkey proof’ moeten zijn”.
Download rapport 138 'Opwarmen van broedeieren op het VB-bedrijf: effect op broeduitkomsten, kuikenprestatie en slachtrendement' van onderzoeker A. Lourens.