Bij gedwongen fosfaatafvoer levert mestscheiding van drijfmest op melkveebedrijven een volumevoordeel op van 40%. Bij de dikke fractie van vergiste drijfmest is het volumevoordeel zelfs 67%. Dit blijkt uit de resultaten van het project Mobiedik, ‘Mobiele Mestscheiding in Dik en Dun’. Daarin toerde afgelopen zomer een mobiele mestscheider langs 13 melkveebedrijven in Nederland. Mobiedik is onderdeel van het door het Productschap Zuivel gefinancierde project ‘Beter benutten door dik en dun’.
In de vaste delen van drijfmest zit meer fosfaat dan in de dunne, vloeibare delen. Voor stikstof is dit ongeveer gelijk. Het fosfaatgehalte in de dikke fractie van gescheiden runderdrijfmest is gemiddeld 1,6 maal hoger dan in drijfmest. Het gehalte van de dikke fractie van vergiste mest is gemiddeld drie keer hoger dan in de vergiste mest. Door het hogere fosfaatgehalte kan fosfaat met de dikke fractie in een kleiner mestvolume afgevoerd worden dan wanneer fosfaat met (ongescheiden) drijfmest wordt afgevoerd. Afvoer van fosfaat met de dikke fractie levert zo een volumevoordeel van 40%. Bij vergiste drijfmest is het volumevoordeel 67%.De scheiding met de schroefpersfilter leverde telkens een goed stapelbare, rulle dikke fractie op met een droge-stofgehalte van ongeveer 20%. Perssappen werden niet waargenomen. De verwerkingssnelheid van de mestscheider varieerde van 2 tot 5,5 ton per uur.
Ruim 25% van de fosfaat uit drijfmest komt in de dikke fractie (het scheidingsrendement). Van vergiste mest is het fosfaat scheidingsrendement 37%. Het scheidingsrendement is sterk afhankelijk van de soort mest (en het rantsoen van de dieren) en het type en de afstelling van de mestscheider.
Hoe lager het scheidingsrendement, hoe meer mest gescheiden moet worden om een bepaalde hoeveelheid fosfaat in de dikke fractie te maken en vervolgens af te voeren. Dit bepaalt dus ook de kosten van mestscheiding. Bij afvoer van fosfaat met de dikke fractie moet drie tot meer dan vier keer zoveel drijfmest gescheiden moeten worden als bij afvoer zonder mestscheiding. Bij de dikke fractie van vergiste mest was de hoeveelheid te scheiden mest 2,8 keer de hoeveelheid die zonder scheiden zou moeten worden afgevoerd.
Het stikstofgehalte in de dikke fractie was gemiddeld 1,2 maal hoger dan het gehalte in zowel drijfmest als vergiste mest. Bij afvoer van stikstof met de dikke fractie is het volumevoordeel daarom slechts 16% (drijfmest) en 17% (vergiste mest). Van de stikstof komt ongeveer 17,5% in de dikke fractie. De hoeveelheid te scheiden mest is daardoor zeker vijf maal de hoeveelheid die afgevoerd zou moeten worden als niet gescheiden wordt. Hierdoor is mestscheiding bij afvoer van stikstof financieel minder aantrekkelijke dan bij afvoer van fosfaat.
Ook is nagegaan of de stikstof-fosfaatverhouding in de scheidingsproducten ver genoeg uit elkaar liggen om gewassen en percelen op maat te bemesten. Op maat bemesten betekent dat zowel de stikstof- als de fosfaatvoorziening overeenkomt met de gewasbehoefte. De stikstof-fosfaatverhouding (werkzaam) is 2,2 in drijfmest en 2,5 respectievelijk 1,8 in de dunne en dikke fractie van drijfmest. Bij vergiste mest zijn deze verhoudingen 2,1, 2,9 en 0,8. Hiermee kan vooral gras met een hoge stikstofbehoefte en een lage fosfaatbehoefte niet goed op maat bemest worden, zodat nog aanvullend kunstmeststikstof nodig is.
Mobiedik bestond uit een reeks proeven waarbij op 12 melkveebedrijven mest werd gescheiden met een mobiele mestscheider (een schroefpersfilter) en waarbij op één bedrijf vier verschillende mestscheiders werden uitgetest op dezelfde mest. Alle mestsoorten (ingaand, dik en dun) werden bemonsterd. Van de ingaande mest en de dikke fractie werden bovendien de hoeveelheden bepaald.
Klik hier om het rapport te downloaden.