Wageningen UR Livestock Research berekent vierwekelijks de energieprijs en de eiwittoeslagprijs voor voedermiddelen. Ze worden toegepast bij de vergelijking van prijzen van rundveevoeders met hun voederwaarde, waarbij de aankoopprijs van een product wordt uitgedrukt als een percentage van de voederwaardeprijs. In een tekortsituatie kunnen producten met een aankoop-/voederwaardeprijs van minder dan 100% financieel aantrekkelijk zijn om aan te schaffen, mits ze voedingstechnisch in het rantsoen passen.
Als voorbeeld is in tabel 1 een vergelijking tussen de aankoopprijs en de voederwaardeprijs van enkele rundveevoeders gemaakt gebaseerd op het prijsniveau van oktober 2011. In dit voorbeeld was snijmaïskuil naar verhouding duurder dan de vochtrijke diervoeders perspulp en bierbostel.
Tabel 1
Voorbeeld vergelijking aankoopprijs en voederwaardeprijs van rundveevoeders bij een kVEM-prijs van 14,0 eurocent en een kg DVE-toeslagprijs van 64,4 eurocent (oktober2011)
|
|
Voederwaarde per kg ds |
Aankoop-prijs (€/ton) |
Droge stof (kg/ton)1) |
VEM (kg/ton) |
DVE (kg/ton) |
Voeder-waarde (€/ton) |
Aankoop-/ Voederwaar-deprijs (%) |
|
Product |
VEM |
DVE (g) |
|
|
|
|
|
|
|
Snijmaïskuil |
937 |
52 |
62,50 |
324 |
303,6 |
16,8 |
53,35 |
117 |
|
Perspulp |
1062 |
99 |
50,50 |
230 |
244,3 |
22,8 |
48,85 |
103 |
|
Bierbostel |
947 |
137 |
49,50 |
210 |
198,9 |
28,8 |
46,35 |
107 |
1) Na aftrek van 4% bewaarverliezen
Niet alleen naar de VEM- en DVE-prijs kijken
Bij de aankoop van voedermiddelen spelen nog andere voertechnische en economische factoren die bij de vergelijking niet zijn meegenomen. In de berekeningen wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de structuurwaarde, de hoeveelheid VEM en DVE per kg droge stof (de ‘dichtheid’) en met de OEB-waarden van het voer, terwijl ook daar veel variatie in zit.
Snijmaïskuil is ‘ruwvoeder’, dat je alleen aankoopt wanneer de structuurwaarde van het totale rantsoen te laag is, en er behoefte is aan extra zetmeel in het rantsoen. Perspulp en bierbostel zijn vochtrijke krachtvoeders, die je kunt inzetten in plaats van rundveemengvoeders en die in dit voorbeeld in aanschaf respectievelijk 3% en 7% duurder zijn dan mengvoer, gebaseerd op grondstofprijzen van oktober 2011.
Snijmaïskuil heeft in de droge stof een OEB van -36, perspulp heeft een OEB van -57 en bierbostel heeft een OEB van (+) 55. Producten met negatieve OEB-waarden kunnen alleen worden gevoerd als er een compensatie in een ander deel van het rantsoen zit of als er tegen extra kosten OEB wordt aangevuld.
Aankoop van enkelvoudige producten kan kosten voor extra opslagcapaciteit en vervoedering (machines, arbeid) met zich meebrengen. Wanneer mengvoeder wordt vervangen door vochtrijke krachtvoeders, dan is dat wel een punt om rekening mee te houden. De hoogte van de extra kosten voor bijvoorbeeld een extra kuilplaat, voermeng- en doseerapparatuur en voor extra arbeid zijn sterk afhankelijk van de bedrijfssituatie.
Eiwit (was) duur
Tabel 2 geeft een overzicht van de prijsontwikkelingen van november 2007 tot oktober 2011.
Door ontwikkelingen in de internationale grondstoffenhandel, is tot september 2009 de kVEM-prijs gedaald en daarna tot juni 2011 gestegen tot bijna 19 eurocent en daarna weer gedaald. De DVE-toeslag vertoonde in grote lijnen een tegengesteld verloop.
Om de waarde van een voedermiddel te berekenen moet altijd de waarde van de DVE in het voedermiddel bij de waarde van de VEM worden opgeteld, omdat anders een scheef beeld van de waarde van energie ten opzichte van de waarde van eiwit ontstaat. Een hoge DVE-toeslag is het gevolg van relatief dure eiwitrijke grondstoffen die zorgen voor een groot prijsverschil tussen standaardbrok en zeer eiwitrijke brok.
Berekend met actuele grondstofprijzen is standaardbrok tot november 2008 in een jaar tijd circa 7 euro per 100 kg goedkoper geworden, maar van 2009 op 2010 weer 7 euro per 100 kg duurder geworden. Daarna is de prijs nog verder opgelopen tot €24,-- in februari 2011. De zeer eiwitrijke (kern-) brok was november 2008 ‘slechts’ circa 4,5 euro per 100 kg goedkoper dan een jaar eerder en was in november 2010 zelfs duurder dan in november 2007 (tabel 2). Dit als gevolg van relatief dure eiwitrijke grondstoffen. Daarna was de prijs van kernbrok met €31,-- het hoogst in januari 2011.
Tabel 2
Energieprijzen, eiwittoeslagprijzen en de prijs van twee broksoorten in 2007 t/m 2011 (in eurocent per kg)
|
|
November 2007 |
November 2008 |
November 2009 |
November 2010 |
Oktober 2011 |
|
kVEM |
19,8 |
9,0 |
5,3 |
14,5 |
14,0 |
|
kg DVE-toeslag |
44,6 |
74,2 |
93,2 |
76,2 |
64,4 |
|
Standaardbrok |
23,00 |
15,90 |
14,15 |
21,20 |
19,45 |
|
Zeer eiwitrijk |
27,15 |
22,60 |
22,65 |
28,20 |
25,45 |
Uitgebreidere vergelijking van de aankoopprijs van voeders met hun voederwaardeprijs is te vinden in de vakpers en op sites van leveranciers.