Op initiatief van LTO-Noord afdeling Groot Waterland en gefinancierd door het Productschap Zuivel, Dienst Landelijk Gebied en provincie Noord-Holland heeft Wageningen UR Livestock Research in de polder Zeevang onderzoek gedaan naar de praktijktoepassing van onderwaterdrains. Door een vlakker grondwaterstandverloop kan deze vorm van drainage vernatting en maaivelddaling beperken. Toepassing van onderwaterdrains maakt peilveranderingen ‘bespreekbaar’, omdat het verlagen van hoge peilen geen nadeel hoeft op te leveren voor bodemdaling en het verhogen van lage peilen niet voor het graslandgebruik. De hoogte van het slootpeil is cruciaal voor het gewenste effect.
Voor agrarische ondernemers is investeren alleen interessant bij een voldoende drainerende werking: het slootpeil mag daarvoor niet hoger worden dan 30 cm onder het maaiveld. Het aanleggen van onderwaterdrains vraagt zodoende om maatwerk.
Onderzoek op twee melkveebedrijven Zeevang
In navolging van onderzoek op melkveeproefbedrijf Zegveld is gedurende twee jaren onderzoek gedaan op twee melkveebedrijven in de polder Zeevang (Noord-Holland), waarin de toepassing van onderwaterdrains is onderzocht. Op proefbedrijf Zegveld werd voor het eerst onderzoek gedaan naar de hydrologische en landbouwkundige effecten van onderwaterdrains. Deze worden toegepast ter verbetering van de landbouwkundige productieomstandigheden en ter vermindering van de maaivelddaling door veenafbraak. Dit onderzoek vond plaats op een beperkte oppervlakte (proefveldniveau) met drains in de breedterichting van het perceel. Voor toepassing in de praktijk is dit niet haalbaar door de veel hogere aanlegkosten en het relatief grote aantal drainopeningen die men bij slootonderhoud gemakkelijk raakt. In polder Zeevang is zowel onderzoek uitgevoerd op proefveldniveau als onderzoek op praktijkschaal, waarbij de drains in de lengterichting van het perceel werden gelegd met een maximale lengte van 450 meter.
Zeer hoge slootpeilen
Gekozen is voor onderzoek in de Zeevang, omdat de boeren daar te maken hebben met zeer hoge slootpeilen (< 30 cm –maaiveld), waardoor de ontwateringtoestand van de bodem minimaal is. Dit beperkt de gebruikersmogelijkheden van de landbouwgrond zoals die voor een moderne bedrijfsvoering gewenst is. Uitgangspunt hierbij is dat de grond landbouwkundig uitsluitend geschikt is voor grasland ten behoeve van de melkveehouderij. Door de slechte ontwatering komt de inkomenspositie van de melkveehouders sterk onder druk te staan en is het moeilijk om in de (nabije) toekomst een volwaardig melkveebedrijf voort te zetten.
Downloaden rapport
Rapport 188 ‘Hydrologische en landbouwkundige effecten toepassing onderwaterdrains in polder Zeevang’ van I.E. Hoving et al. kunt u gratis downloaden.